|
WINTER
Woelen, spitten... vanonderen
Het zonnetje schijnt gezellig de woonkamer in. Emil ziet de pluisjes stof door de woonkamer zweven. Hij observeert ze stil zittend vanuit z'n luie stoel, maar wel heel aandachtig. Mam vindt het de hoogste tijd om weer eens de frisse lucht in te duiken - smogalarm niet meegerekend dan. De sneeuw- of regenbroeken worden tevoorschijn gehaald. Gewapend met een lekkere warme jas aan, dikke laarzen en gebreide sjaal wagen we ons buiten. Valt vies tegen. De wind trekt gemeen aan je neus en tovert zowat meteen bloemetjes op hun handen. Maar vol enthousiasme duiken de aardmannetjes het uthus (tuinhok) in en komen elk met een schep - ieder volgens lengte - weer naar buiten. Het plan - dat we vorig weekend in elkaar knutselden - wordt tevoorschijn gehaald. Mam plaatst hier en daar wat oude tegeltjes, die ergens in een hoek van de moestuin, achter het schuurtje liggen te liggen. De bedden zijn in een mum van tijd uitgezet. Het spitten kan beginnen! De aardmannetjes zijn allen zo vol energie dat de spaden - tot mams verbazing - diep de grond in gaan.

Emil heeft nog wat hulp nodig. Dus zet mam haar VOLLE gewicht op het kleine schepje. Dat natuurlijk dubbel plooit. Maar gelukkig ook zo weer om te buigen is. Mam doet iets minder vol. De kluiten vliegen in het rond. Stenen , takjes of ander ongewenst materiaal wordt krachtig gelanceerd richting braakliggend landgoed. Owen waarschuwt iedere keer luidkeels als een vliegend projectiel wordt gelanceerd. Vanonderen.... Het kleinste aardmannetje vindt al dat gewoel maar niks. Graver en vrachtauto lijken hem meer te lokken. Hij amuseert zich in het hoopje zand dat nog naast het huis ligt.

Na een rijtje zwaar grondwerk te hebben verricht, vertrekt ook Emil richting zandberg. Toch knap werk - voor een jongetje van 3.

De aardmannetjes hebben het niks koud, maar mam die niet veel meer kan dan toezien staat zowat te blauwbekken. Stilletjes kruipt ze binnen en zet zich op een stoel achter het raam. Mam voelt zich weer erg trots en gelukkig - en stiekem ook weer lekker warm. Laat die Klijnsmaatjes nog maar even aanmodderen....
Stok en Stokkie
Mam en de kinders lopen over het kronkelende pad langs de Molenweg. Het ruikt er nog heerlijk naar het-heeft-net-geregend-weer. De weg zit vol kuilen, waarin nog een beetje water is blijven staan van de regenbui die net was overgetrokken. Emil en Arno vinden het heerlijk om met hun gummielaarsjes in de plassen te springen. De kleinste telg lijkt zijn hele lijfje bijeen te pakken om dan een mega-grote sprong te maken - maar hoe guitig zijn oogjes ons ook aankijken - hij komt amper los van de grond. Voor mam zo leuk om te zien. Owen en Mare vinden het grappig hun kleine broertje zo bezig te zien.
Zij zoeken steentjes - het liefst van die platte. En worden zorgvuldig verzameld in een stukje omgeplooide jas. Wanneer hun ene hand het bijna niet meer kan houden rennen ze ietwat voorover strompelend naar het water. Owen's arm zwiept achteruit en met één vlotte beweging kielt hij een keitje over het water. Al stuiterend - maar liefst drie keer - en dan gaat ie kopje onder. Hij wordt er zowaar macho van. Mam grinnikt. Cool hoor zoon!
Mare probeert een takje te raken dat voorbij dobbert. Dat wil niet meteen lukken, dus rent ze mee de oever af. Owen komt erbij. In een oogopslag schat hij de slaagkansen voor het takje in. Hij doopt hem Stokkie en is er vast van overtuigd dat hij zal winnen en Mare hem dus niet kan raken. Uit alle macht gooit ze het ene na het andere steentje, maar velen belanden in de graskant. Zoonlief krijgt gelijk. Mam geeft Mare daarom Stok - die veel groter is. Ze gooit hem in het water. Met een plons is de race begonnen. Wie zal het halen: Stok of Stokkie. Iedereen zet het op een lopen - richting bruggetje. Hijgend hangen ze -veel-te-ver over de betonnen railing en kijken vol spanning naar het water. Luidkeels worden Stok en Stokkie aangemoedigd. Net wanneer Stok een bladlengte voorsprong heeft, komt hij vast te zitten in de takken van een oude treurwilg, die zielig zijn armen in het water laat hangen. Er wordt nu nog harder geschreeuwd.
Gelukkig komt hij weer los, maar is dit nog op tijd? De twee ondertussen levende stukken hout verdwijnen onder het kleine bruggetje. Snel leunen we over de andere kant van de brug. Het is Stokkie die als eerste tevoorschijn komt. Maar waar is Stok gebleven? We wachten nog een tijdje en speuren het wateroppervlak af, maar van Stok geen spoor meer, niet voor het bruggetje, niet onder het bruggetje, niet na het bruggetje. Oh, wat zielig, Stok is verdronken!
Diep onder de indruk wandelen we weer naar huis. Er wordt nog vaak verteld over Stok en Stokkie. In Memoriam.
LENTE
Straks is het weer zover. Dan komen de duizenden trekvogels weer terug van hun vakantie uit het buitenland. Van zuid naar noord vliegen ze pal over ons huis. Er zijn vogels van allerlei soorten, maar mam herkent er niet veel anderen dan de wilde ganzen. Ze vliegen hoog in de lucht en komen aan in twee lange rijen die in een hoek samenvallen. Als mam het eerste gegak van de ganzen hoort, laat ze alles vallen waar ze mee bezig is. De kinders worden dan bijeen gesprokkeld. Met opgewonden stem schreeuwt mam dan: 'De ganzen zijn terug! De ganzen zijn terug!' Iedereen rent zo snel hij kan naar de open tuin achter het huis. Dicht tegen elkaar staan we vol bewondering in het gras omhoog te staren - met onze mond wijd open. We luisteren hoe de leidstergans - Akka van Kebnekaise - de andere ganzen aanmoedigt door te vliegen. Onze ogen fonkelen. Mam voelt dat de hartjes van haar aardmannetjes sneller slaan dan anders. Dat maakt mam erg blij. De vakantiegangers brengen de eerste warme zonnestralen. Het gras lijkt dan opeens weer sappig en heldergroen. Je hoort hoe de vogeltjes beginnen aan het bouwen van hun nest. De lente komt eraan!
Maar zeer triest zijn we dit jaar, want deze gnoezels gaan verhuizen. Dit jaar geen gakkende ganzen. Helaas, het is niet anders. Er was niks mis met dit fijne huis. Alleen... net zoals je lievelingbroek je te klein kan worden werd dit huis ons ook te klein. We hadden slaapkamers te kort en een afzonderlijk burootje voor pap zou ook wel leuk zijn. Zo kon het niet langer. Pap en mam bezochten veel oude huizen waar steeds meer opknapwerk nodig was dan de Klijnsma's zouden willen. Neen, in zo'n verbouwingperikelen wilden ze niet weer verzeild geraken. Eén keer was genoeg. Op een dag dat het volkomen windstil was - helder was het niet. De hemel was grijs. Hier en daar dreven geweldige wolkenmassa's die tot aan de horizon neerhingen. Sneeuwvlokken vielen verweesd neer. Toen zagen we een prachtig lappie grond te koop. Pap en mam aarzelden niet, dit was wat ze zochten. Het voelde meteen goed! Die dag ging mam stiekem dromen van een huis met een grotere tuin met daarin een stevige boom voor een boomhut, van een tuin vol struiken voor geheime plekjes. Van plaats voor een groententuin met dikke wortels en sappige rode tomaten. Van fruitbomen vol sportsnoep...
Er werden heel wat plannetjes getekend. Vooral door mam, maar ook Mare tekende haar droomvillaatje. Na veel gegum zal het uiteindelijk deze worden.
Nu zijn deze gnoezels druk aan het inpakken - dozen vol. Mam vindt het best leuk om alle spulletjes in te pakken. Owen stelt zich voortdurend vragen over wat nou wel in een doos moet verdwijnen en wat niet. Ook in Mare'skoppie speelt zich heel wat af. Blijft de verwarming wel hier? Mag ons knutseltafeltje mee? Alles gaat mee. Zelfs urmpie-wurpie (amper 6 centimeter hoog).

Alleen de muren, de vloer en het dak blijven achter. Als mam langs de trap omhoog roept dat ze niet mogen vergeten de slaapkamers-die-we-te-weinig-hadden in te pakken, kijken ze me eerst aan alsof ik van mars kom, maar al snel snappen ze dat het om een inpakgrapje gaat. Best gezellig zo!
Als straks al onze spulletjes in de verhuiswagen staan zeggen we het lege huis vaarwel. Bedankt huis dat je zo goed voor ons bent geweest. Veel plezier met de nieuwe bewoners. Dag huis! Tot ziens...

De bomen hangen vol groene eikeltjes in hun dop.
Carpe Diem
Vandaag is buitenspeeldag, officieel dan. Want mam denkt er niet eens over om zich richting voetbalterrein C te begeven. Te koud, gure wind, nat -maar wel steeds druk fladderende beestjes. Maar met een 5-beaufortje moeten mam en de aardmannetjes goed uitkijken voor rondvliegende projectielen zoals bladeren, takken, piepschuim, plastic bloempotten en ook een stoel met een gebroken poot. Vannachter het vensterglas is de wereld boeiend om waar te nemen. De wolkenpartijen zijn bij momenten fenomenaal: van hagelwit tot grauwgrijs. Ze razen in snel tempo over het huis, alsof ze ergens bang voor zijn. Stressie clouds! De afgelopen dagen was het nochtans prachtig buiten-speel-weer. Niet te warm, niet te koud, weinig wind, droog en overal fluitende vogeltjes. De Klijnsmaatjes hebben daar handig gebruik van gemaakt.
Owen en Mare vuurden de ene lachsalvo na de andere af op een wiebelende boomtak...
 Emil ontdekte de eerste lentebloesems...  Arno en Emil bewonderen de kleine, witte bloemetjes waarmee de tuin is bezaaid...  Er werd een zanddoolhof gebouwd voor Willy Wurm...
Onze oudste zoon bouwde een vliegenval...
 Pap ging ook voor het eerst in lange tijd met de aardmannetjes op de fiets - uiteraard langs het treinspoor. Daar zat Emil al zooooo lang op te wachten. Ze fietsen door modderige plassen. Dat kon mam aan broek en benen zien. Arno, die vooraan op de fiets zat werd geattaceerd door duizenden vliegjes. Als mam het woord vlieg uitspreekt trekt die grote ogen en verbergt zijn gezicht meteen in z'n handjes. Owen ontdekte dat de tent die hij vanuit z'n kamer kan zien wel degelijk de Maagdentoren-in-reparatie is. Helaas voor hem geen circustent. Maar z'n oriëntatiegevoel werd er wel stukken beter van. Zo zie je maar dat buiten-speel-leer-dagen niet te plannen zijn. Carpe Diem zou deze mam zo zeggen!
Mam zucht en ziet er erg vermoeid uit. Op het eind van de derde zware, uitputtende uitpakdag kan mam niet meer. Pap besluit de boel de boel te laten. Het is de hoogste tijd om even een frisse neus te halen. Met de benenwagen fietsen we richting zee. Het pittoreske dorpsgezicht van De Haan straalt pure romantiek uit. De Belle Epoque villaatjes ademen een echte vakantiestemming uit. Hoogbouw krijgt hier duidelijk niet veel kans.
Het is eb als we toekomen. De grijsblauwe zee rolt zich ver voor ons uit. Er is niet veel wind en de zon staat laag aan de horizon. De fietsen worden netjes geparkeerd - want die zijn verboden op de dijk. Acht trappelende kindervoetjes smeken mam en pap om sneller te stappen. Uiteindelijk zijn ze niet meer te houden.
Al gillend rennen ze het langgerekte fijnzandstrand - zonder golfbrekers - op. Met hun Ikea-schopjes scheppen Mare, Emil en Arno een grote berg van zand.
Owen wil liever de duinen in om een kamp te bouwen - samen met pap. Stoere mannendingen doen. Arme pap - heeft ie even vrij - moet ie toch weer werken. Maar deze keer vindt hij dat niet erg. Al staat hij een poosje later in z'n eentje te sjouwen met wilgentakken.
Zoonlief had namelijk besloten dat van een duinrug afrollen toch ook wel leuk was.
Mam heeft het meer voor de schelpjes. Als kind legde ze een schelpenschat aan en die traditie wordt nu voortgezet. De kids vinden ze in alle soorten: rond en spits en plat.
Een uurtje later beklimmen we onze tweewielers weer. We proberen Engeland nog te zien. Owen zag - althans volgens hemzelf - een klein ietsiepietsie stukje. Maar al de anderen zagen alleen de ferries aan de horizon met op de achtergrond een PRACHTIGE zonsondergang. De zon kleurde van flauwgeel naar oranje-roos en zakte gestaag in de zee. Met opengesperde mond staren we allen naar het eind van de dag. Pap en mam kijken elkaar breedglimlachend aan.
Onderweg zingen we - zeer cliché - Ik heb de zon zien zakken in de zeeeeee...
Als de kinders in hun bedjes liggen, kraken pap en mam een fles Rasselet Père et Fils. We klinken op de unieke charme van een jaartje vakantie in De Haan aan zee. Proost!
Schatteneiland
Met een zak vol schepjes, emmertje en figuurtjes in de ene hand en Arnootje op de arm sleept mam zich door het mullie strandzand. Owen en Mare lopen een eindje vooruit - meteen richting duinen - zoekend naar het ideale plekje.
Mam voelt hoe een lichte zeebries aan haar haren trekt. Ietwat killig is het nog, maar beschut tussen de wilgentakken van de aangelegde, natuurlijke terassen wordt het windstil en heerlijk rustig. Nog maar weinig mensen hebben de weg richting kust gevonden en wat mam betreft mag dat zo nog wel even blijven.
De zak wordt omgeschud en grijpgrage handjes graaien in de kleurige spulletjes.
Unaniem graven ze een diepe kuil, met daarnaast een grote berg zand.
Plots - uit het niets - waait een papiertje voor Owen langs. Hij probeert het te pakken te krijgen, maar de wind speelt een spelletje. Uiteindelijk lukt het toch.
Ondertussen zijn we allemaal heel nieuwsgierig geworden naar wat er op dat vodje staat. Het blijkt een liefdesbrief - geschreven in het West-Vlaams. Mam probeert hier en daar wat voor te lezen, maar dat valt niet mee voor een Kempenaar. De brief eindigt met 'lot of tots vo me poepiesnoepie'. Er wordt heel wat gegniffeld en Owen ligt in een deuk!
Even kijken we rond om te zien waar het vandaan kwam en toevallig vinden we nog een stukje. We proberen het aan elkaar te leggen, maar het middelste deel blijkt nog te missen.
Owen komt op het idee om er een vlag van te maken. Hij zoekt een lange stok en mam scheurt een jong twijgje van een tak. Heel secuur prikt mam een gaatje in de brief en hijsen we de vlag. We stampen de voet nog even keurig aan en versieren met schelpjes. Ieder wil een andere naam voor het eiland: borabora of l'île d'amour of gewoon schatteneiland.
Bij een pas veroverd eiland hoort natuurlijk ook een krijgersdans. De schoenen en sokken gaan uit - ook al voelt dat nog koud. Mam en Owen verzinnen een deuntje waarop we enkele gekke passen uitvoeren. Dat zag er niet slecht uit. We doen het overnieuw en verzinnen er steeds een stuk bij. Met oerkreten erbij wanen we ons echte overwinnaars en dansen met z'n allen - ook Emil - de schatteneilanddans. Wat wel iets weg heeft van een Maoridans of een Afrikaanse inboorlingenstam. Het voelt goed en puur, maar gelukkig zijn er nog niet veel mensen op het strand!
Soulmate Slakkie!

Deze vond mam gisterochtend in de tuin. Deze prachtige huisjesslak van al enkele jaren oud zat verborgen in de duin-tas. Mam neemt hem voorzichtig mee naar binnen en laat hem aan Owen zien. Z'n gezicht straalde. Hij kon z'n ogen niet geloven. Mam zag dat het liefde op het eerste gezicht was tussen die twee. Hij praat de hele dag tegen hem, knuffelt hem, vertelt de kleintjes alles wat ze willen weten over Slakkie. Het is zijn vertel-mij-maar-alles vriend - z'n soulmate geworden. Slakkie kent ook Owen's geheimpjes, grapjes en verdrietjes. Hij kan er z'n hart bij luchten. De Slakkenbak heeft er nog nooit zo proper uitgezien. Ieder uur worden er de beste malse, groene grassprietjes ingestopt. En natuurlijk krijgt Slakkie ook een extra sappig blaadje sla. De ganse dag wordt de stand van de zon in de gaten gehouden. Steeds wordt Slakkie verhuisd naar de niet-zo-zonnige kant van het huis. Sinds Slakkie bij ons woont, heeft Owen zich nog geen moment verveeld. Mam moet even denken aan het buurmeisje dat vorige week een hond kreeg. Jaren zitten ze vast aan zo'n beest. Je moet hem uitlaten, mee spelen, gaan wandelen. En als ze op vakantie willen, moeten ze altijd zorgen voor opvang. Met Slakkie gaat dat ietsie makkelijker. Mam is erg blij met de huisdierkeuze van haar zoon. En als de slakkenblues straks weer over is, dan laten we Slakkie gewoon weer vrij. Makkelijk toch?
Wiebelgras
Emil is bijzonder angstig voor wind. Meestal komt hij op zo'n waai-bomen-dag als vandaag niet verder dan de deuropening. Moet hij toch de wind trotseren dan gaat zijn capuchon van z'n blauwe veloure jas op, die hij met twee handen vasthoudt. En verstopt er zich zo diep mogelijk in. Zo ook vandaag weer toen mam met de kinders ging fietsen. Verkrampt kruipt hij achterop. Stevig klemt hij zijn beide handjes rond mam's middel. Met z'n hoofdje weggedrukt in mam's rug fietsen we langs een open veld. Mam voelt hoe hij heel voorzichtig zijn hoofd naar links draait. 'Oh, kijk, wat is dat? Wie doet dat?' hoort mam een opgewonden stemmetje zeggen. Mam vertelt over het wiebelgras en hoe daarvoor wind nodig is. Hoe leuk het gras dat vindt. De lange donkergroene grassprieten lijken te dansen op het veld. Het valt ook Owen op die de gracieuze beweging nabootst. Mam verzint er een deuntje bij en wiebelt op haar fiets van links naar rechts. Daar moet de kleine man zo mee lachen, dat hij even vergeet bang te zijn. Zelf krijgt hij ook last van wiebelbillen. De rest van de rit kijkt hij nieuwsgierig om zich heen op zoek naar nog meer... wiebelblaadjes, wiebelbloemen en wiebelbomen. Wie was er ook alweer bang voor wind?
De moestuin lenteklaar

Zaaikalender opstellen

De eerste groenten zaaien in kas of bakjes

Planten van vroege aardappelen
Planten van eerste groenten en fruit, zoals bijvoorbeeld aardbeiplantjes.

Jonge plantjes water geven.

Plantgoed van naambordje voorzien. Zo weet je straks nog wat wat is.
Strandgarnalen
De windhanen van het beaufort 03-kunstwerk hangen slap. Geen zuchtje wind te bespeuren. Mam kan dus met de kinders op het strand en we hoeven niet te gaan schuilen in de duinen, zoals de afgelopen weken. Mam zoekt een plaatsje aan de rand van-het-nog-warme-zand met het-nog-ietsie-nat-zand. Het begint net weer vloed te worden. De matgrijze golven zijn lekker ruig vandaag. Ver in de zee zijn ze gigantisch en waar de zee het strand ontmoet ontstaan kleine golfjes. Maar toch nog hoog genoeg om een klein aardmannetje omver te duwen. De schoenen, sokken en broeken gaan uit. We rennen - met Arnootje aan de hand - naar het water. Het lijkt wel of de zee ons wil pakken. Eerst trekt ze zich helemaal terug om dan met een grote rol aan onze voeten te komen likken. De ene na de andere golf gooit zich in lange krullen op het strand. Alle aardmannetjes gillen en rennen, komen weer terug en dagen de zee uit. De zee uitdagen is een leuk spelletje. Vele wandelaars blijven stilstaan en kijken geamuseerd toe naar de pret-water-strandgarnalen. Mam zit stil en kijkt. Ze kan niet ophouden met kijken. Maar dan plots valt Emil plat op zijn buik in het golvende water. Even is ie helemaal in paniek. De pret is over. Mam trekt gauw de natte bovenkleding uit. En Arno en Emil wisselen wat kleding uit. Met zijn natte, blonde krullen en vuurrode beentjes kruipt ie lekker dicht tegen mam aan. Mam vond je erg dapper... zo voor het eerst in zee!
Dan is het lente...

Uitdunnen van worteltjes

Aanleggen van een kruidentuintje
Banjeren
Het bezoek arriveert rond de afgesproken tijd. Mam haalt net Arno en Emil uit bed. Met Emil op de arm turen we door het zolderraampje. We zwaaien Tom alvast even gedag en haasten ons dan twee trappen naar beneden. Na een rondleiding doorheen het ietwat rommelige huis trekken we de aardmannetjes hun laarzen aan. Banjertijd met opdracht. Ieder kind moet op zoek naar een lange, tamelijk dikke stok! De kinders steken té enthousiast van wal. Eerst doet owen pauselijke dingen en geeft de grond een harde smakkerd. Het bloed stroomt uit z'n kapotte knie. Pijnlijk!
Geen minuut later is het een visiteurtje die tegen de aarde kwakt. Gelukkig zonder veel schade. Enkele ogenblikken later belandt Emil plat op zijn buik op moeder aarde. Ook een kapotte knie! Met betraande snoet zetten we de strooptocht verder. Pap duikt het bos in. Het banjeren kan beginnen. Het is een hele klus om met acht kinderen op tocht te gaan.  De ene valt met z'n handen in de prikken. Een ander heeft een stokje in z'n schoenen. Nog een ander wil niet meer stappen. Op de kleine Wout moet goed worden gelet, want hij kan nog onder de draad van de paardenwei doorlopen. Emil en Jasper trekken er zich niets van aan. Ze kwebbelen gezellig verder...  De kinderen slagen zonder meer. Met stokken en dennenappels overladen keren we weer huiswaarts. Pap en Tom steken het nog-snel-in-elkaar-geknutselde-kampvuur aan.
 Rond iedere stok wordt aluminiumfolie gewikkeld en een homp pizzadeeg. Het bakken kan beginnen...  De jongens genieten er duidelijk van. Maar ook Mare draagt haar steentje bij.
 Als pap ook nog het vlees op de splinternieuwe barbecue legt loopt het water ons letterlijk in de mond.  Niet veel later kunnen de buikjes worden gevuld. We hopen dat het bezoek net zo genoten heeft van deze namiddag als wij. De aardmannetjes vonden het een echte superdag!
Aardbeienwandeling
Nadat we deze week al cholesterolvrije eitjes kregen van een naburig weiland-eigenaar met loslopende kippies en onze aardmannetjes er de kameroenschapen mochten helpen voederen, ontdekten we een aardbeiplantage vlakbij. We moeten er voor banjeren door ons geliefkoost donkere bos, dat er zoals altijd even mysterieus bij ligt. De koelte die de bomen ons toewerpen doet de aardmannetjes zichtbaar deugd. Om na een kwartiertje stappen in de open vlakte te belanden, waar de hitte op ons valt als een zak cement op onze rug. Arno wil niet dat het zonnetje hem pijn kan doen. Dus nam hij z'n voorzorgen...  Al grasplukkend en paarden voederend verlaten we het zandpaadje. Owen nam z'n zelfgemaakte vlot mee, dat hij tijdens de paardrijles van Mare in mekaar stak. In het watervallen-riviertje wordt het wiebelende bootje te water gelaten. De verwachtingen zijn groot, maar het houtje-touwtje-ding beweegt geen sikkepit. Owen probeert er nog wat vaart in te krijgen door er met een stok tegenaan te duwen. Maar wat niet wil, niet wilt. Jammer!  Het weggetje - dat ooit een holle weg moet zijn geweest - heeft gelukkig nog heel wat andere schatten, waar de aardmannetjes zich mee amuseren. Owen en Mare beklimmen een knoest van een oude beukenboom. Om na de forse klim te belanden in een veld vol goudgele boterbloemen. 
Arno en Emil volgen ondertussen een blaadje dat ze in het water gooiden. Het valt een vijftal watervalletjes naar omlaag. Gaat soms koppie onder, maar komt altijd weer boven. De jongens stapten nog nooit zo enthousiast door. Voor ze er erg in hebben komen we aan bij het eindstation van het doodlopende straatje: het treinspoor. Helaas geen trein te bespeuren.  Op een drafje lopen we terug. Passeren langs de aardbeienboer. Deponeren de gevraagde euro's in de daartoe bestemde brievenbus. En met een bakje vol warmrode aardbeien wandelen we hetzelfde pad weer terug, smikkelend en chmepsent!  De aardbeienwandeling zit erop. Gaan we morgen weer mam?
ZOMER
Dan is het zomer....

De eerste broccoli-oogst binnen halen

Radijsjes plukken.

Iedere dag verse worteltjes eten

De pepers zien nog groen, maar groeien doen ze zeker.

Deze perzik hangt er vrolijk bij.

De eerste zonnebloem houdt het kopje nog mooi recht.

De tuin staat vol papaver.
Waterdragers
A ls mam het dakvensterraamgordijn omhoog schuift, schijnen de eerste felgele zonnestralen al de kamer binnen. Het geeft een fantastisch buikgevoel om zo wakker te worden. Mam ziet hoe de stofdeeltjes hun weg zoeken en een spel lijken te spelen dat lijkt op tikkertje-onder-de-benen. De kleuren op het behang zien er zo anders uit dan anders. Er hangt een mystieke, maar gelaten sfeer. Na het opsmikkelen van het pindakaas-chocolaatje-sinaasappel-ontbijt vult mam de emmer met water. Niet van dat lauw-warme spul - zoals nog enkele dagen geleden het geval was. Maar het pure frisse kijk-maar-dwars-door-me-heen-gerecycleerde-pipi-water, recht uit de kraan. De kleinste aardmannetjes trekken hun shirtje aan, hun onderbroekies uit. En in hun blote piemies gaan ze op zoek naar een gietertje of ander gietbaar exemplaar. Arno houdt ervan z'n eigen voetjes nat te gieteren. Het doet mam denken aan een boek dat mam als kind las - Het meisje dat de zon niet zag. Het gaat over een doofstom en blind meisje dat door de aanraking met water leert communiceren. Water is en blijft een magisch ding. Met een afgedankt bloempothoudertje draagt Emil water van de emmer naar de tractor die een eindje verderop in het gras staat te staan. Om het dan sierlijk over de zitting uit te kieperen. Er komt heel wat oog-hand coördinatie bij te pas. Voetje voor voetje en supergeconcentreerd speelt hij het spelletje zoveel-mogelijk-water-in-m'n-emmertje-houden. Breedglimlachend kijken de oudste aarmannetjes geamuseerd toe. Waterdrager spelen blijkt plezier voor groot en klein!

De vlindertuin
Mam geniet van het prachtige groene vergezicht. De zon is al een tijdje op, maar toch doet het de dauw op de grassprietjes schitteren. Hier kent men nog vele groene plekjes. Iets wat in het binnenland steeds schaarser wordt. Pap volgt op de GPS de route naar de Vlindertuin in Knokke-Heist. Maar de bewegwijzeringsbordjes tonen ons feilloos de weg. De vlindertuin blijkt een serre te zijn, waar je verschillende soorten tropische vlinders kan bekijken van diverse vlinderfamilies. De hitte pakt de Klijnsmaatjes bij de keel. Maar al snel kijken de kleintjes hun ogen uit naar Uilenvlinders, Passiebloemvlinders, Witjes, Schoenlappers, Monarchen, enz. Emil mag in papa's nek zitten. Hij reikt hoog tussen de fladder-maar-wat-rond-vlinders. Zijn oogjes stralen. Owen en mam zien hoe een vlinder met zijn lange gekrulde tong van het suikerwater drinkt. Erg bijzonder om van zo dicht bij te kunnen zien. Sinds een tijdje kan het publiek er ook een insectarium ontdekken. In een 10-tal terraria kan je als bezoeker kennis maken met een aantal wandelende takken in alle kleuren en maten. Er zijn ook wandelende bladeren te zien, die echt een voorbeeld zijn van camouflage. Het insectarium biedt ook onderdak aan enkele tropische Rozenkevers en aan enkele bijzondere sprinkhanen, die op wandelende takken lijken. Afrikaanse miljoenpoten, met een zeer groot aantal poten, kan men er ook nog bewonderen. De kinders krijgen ze allemaal te zien. Een Rozenkever ligt op z'n rug, met een blaadje tussen de poten. Pap en de aardmannetjes denken dat hij ligt te spelen. Maar mam weet beter. Het arme beestje levert een strijd op leven en dood om maar weer op z'n pootjes te kunnen lopen. Dat heeft ook de verzorger gezien. Hij opent daarom het terrarium en helpt het kevertje weer op z'n pootjes. Mam en pap krijgen nog wat extra uitleg van de vriendelijke verzorger. En dan staan we - voor we er erg in hebben - weer in het winkeltje bij de ingang. Het was bijzonder interessant, maar wel erg kort. Mam besluit nog een gids 'Vlinders' van Capitool natuurgidsen te kopen. Met vele prachtige foto's van dag- en nachtvlinders. Altijd leuk, handig en boeiend!

Hopper Flip
Om 5 minuten voor 10 uur staan we op de verkeerde parking aan de andere kant van het natuurpark waar we om 10 uur een afspraak hebben met de gids. In alle zeven haasten redden we het nog net. Enkele weken geleden werden we lid van natuurpunt met als geschenk een wandelgids, een fietsgids, een kustmagazine en een CD met vogelgeluiden. Dat voor amper 20 euro. Mam had het veel eerder moeten doen. Een jonge-nog-beetje-student-met-Jezusnikes-en-een-grappig-snorretje wacht ons op. De aardmannetjes staan de popelen van ongeduld om op sprinkhanenzoektocht te trekken. De weelderig groene weiden - met prachtige grassoorten die kleuren van felgroen naar paarsachtig en hier en daar een verdwaalde paardebloem - lonken. Al gauw hebben we een krasser te pakken. Blijkt de meest voorkomende soort te zijn. Ook de kustveldsprinkhaan kruist ons pad. We leren hoe we een sprinkhaan moeten vastnemen: tussen duim en wijsvinger net achter de kop. Een hopper kan z'n poten afstoten. Daarom zie je ze vaak met maar één pootje. De gids is fantastisch rustig, geduldig en legt alles op precies het juiste niveau uit, zodat iedereen begrijpt wat hij bedoelt. Ontzettend veel leren we bij. De man in kwestie is erg verbaasd over de insecten-kennis die Owen en Mare al bezitten. Mam best trots! We lazen dan ook Bzzz van uitgeverij J.h. Gotmer van voor naar achter en omgekeerd. Gingen zelf al vaak op expeditie en zagen heel wat documentaires over geleedpotigen. Ondertussen is pap met de kleintjes afgedaald richting sprin(k)kasteel. Na drie kwartiertjes hebben ze er genoeg van. Voor hen is een sprinkhaan nog gewoon een sprinkhaan. Krasser, veldsprinkhaan of sabel. De gids zwiept ondertussen met zo'n echt-zelf-gemaakt schepnet sierlijk over de velden en weet zo de mooiste exemplaren te vangen. Maar onze zoon beschikt over een voortreffelijke oog-hand coördinatie. Hij vangt ze sneller en makkelijker met z'n handen. Tot groot plezier van ons allen. Owen vertelt honderduit over hopper Flip, de sabelsprinkhaan die ooit drie jaar in onze tuin woonde. De twee begeesteren elkaar. Owen vindt het zo fijn dat hij niet meer mee naar huis wil. Maar helaas, de kleintjes redden het niet meer. Ze zijn moe, hongerig en hunkeren naar mam. Met nog een krabbel-gauw-vol-blaadje vol gouden tips wuiven we de sprinkhanen en Tino dag. Met vreugdesprongen in het hart hoppen we weer huiswaarts! (Je wordt lid van natuurpunt door 20 euro over te schrijven op 230-0044233-21 m.v.v. 'nieuw lid via winkel')

Stormschade door windhoos. Deze Grove Den moest eraan geloven.
De mooiste wolk die we ooit zagen.
HERFST
Glinsterende pareltjes
Buiten huilt de wind. De takken van de al-flink-uit-de-kluiten-gewassen-heg wijzen richting noorden. Van die kletsnatte-draai-de-kraan-maar-helemaal-open-regen valt met bakken uit de hemel. De lucht heeft een rare, bijzondere grijs-paarsachtige tint. De tuin is veranderd in een vijvertje. De pieren stuk voor stuk verdronken. De slakken een regione hoger gekropen. Het gras hangt er slap en verzopen bij. Wij kijken toe vanachter het raam naar het noodweer dat het zeegebied teistert. Hoe de dakpannen een gevecht lijken te leveren op leven en dood. Hoe een zielige meeuw meer achteruit dan vooruit vliegt of beter hangt te hangen. Het beestje kan geen kant op. Heeft geen gezellig warm huisje om zich een beetje op te warmen. Mam denkt aan alle arme-pasgeboren-meesjes, musjes of babiemereltjes die nu dicht tegen moeder vogel aankruipen. Mam voelt hoe Emil en Arno onder haar armen door komen gekropen. Mam staat naast de zetel en zij nestelen zich op de rugleuning. Mare komt er ook bij. Met z'n allen verdringen we elkaar om door het smalle zijraam de dansende eendjes-regen te zien. Emil wijst naar de regendruppeltjes die liefjes langs het glas naar beneden glijden. Moe gereisd en doodmoe neergevallen. Uren kan mam er naar kijken. Gewoon maar kijken naar dit wonder van moeder aarde, wachtend tot vadertje tijd de zon weer tovert. En als die voor verschijnt en het achter nog regent rennen we met z'n allen naar het raam achter om naar de mooiste regenboog te kijken die we ooit zagen. Het raam hangt nu vol glinsterende pareltjes. Het gras ademt weer en danst tussen de walmpjes rook die ervan afkomen. De meeuw is vast huiswaarts - waar dat ook mag zijn. De Klijnsmaatjes kunnen weer naar buiten - op hun blote voetjes en hun zwembroek - lekker in de plassen pletsen. Spetter spat wij worden lekker nat...
De slak

De slak die Ron in Harry Potter III uitspuugt zat deze zomer bij ons voor.
Herfstkriebels

Mam wil wel weer eens wat anders dan zee en zand. De herfst komt eraan. Het is een tijd van overvloedig veel vers geplukt fruit. Van 's morgens weer een heerlijk frisse neus te kunnen halen. Nog even genieten van het nazomerse weertje. Mam ruikt in het najaar liever de humus-boslucht. Dus duiken we de auto in en rijden het Beisbos in. Pap parkeert de wagen netjes op de daarvoor bestemde plaats. Meteen vergeet mam even hoe ziek en misselijk ze zich de hele dag voelt. We kijken over de mooiste paarse heide uit die mam ooit heeft gezien. De kinders zijn uitgelaten, vrolijk en maken wel honderd huppelsprongetjes. Ze duiken de hoop-reeds-afgevallen-bladeren in. Mam voelt zich weer even helemaal thuis...
Paddestoelen


De paddestoelen schieten al weer uit de grond.

Deze spin zagen we haar prooi verlammen.

Deze kat lag op het dak van een auto te spinnen bij het opkomen van de zon.
WINTER
Lente in wintertijd
Wat te doen op een mooie winterdag die een beetje aan de lente doet denken... Met stokken in de gegraven-gleuf-met-gas-toevoer spelen
 Met graver door de achtergebleven modder scheuren
 Hoge zandbergen-met-stekelige-planten beklimmen en je onoverwinnelijk voelen
 Samen met je broer in diepe, modderige plassen springen
 Broer en zus die al banjerend in het achterliggende veld op zoek gaan naar hazenlegers
 Of met scheppen gewapend samen met pap de gracht dichtgooien met zand
 Mam zat - op een afgedankt stoeltje uit de wind, in het zonnetje - heerlijk genietend van haar kroost, leuke fotootjes te nemen. Klik!
|