Brief aan ...

 

 

 

Mijn kleine Emil,

 

Ik lig nog in het kraambed als pap aan de telefoon hangt met oma.  'Een stevige knaap.  Eentje met krulletjes.  Een heel ander dan de andere twee.  Een tweede zoon.' hoor ik hem zeggen.

Het valt me meteen op hoe ver je je ogen openspert en nieuwsgierig om je heen kijkt.  Je wil kost wat kost je hoofdje optillen. Ook de verpleegster en dokter hebben het in de gaten.  Ze staren je verbijsterd aan. 

Heb jij te lang in mijn buik gezeten?  Je bent wel een pak zwaarder dan de vorige twee.  Ik denk even na en weet zeker dat de datum klopt.  Terwijl de omstaanders zich nog staan te verbazen, weet ik het stiekem al.  Ik blijf er erg rustig onder en laat niks merken.  Jij, kleine lieve Emil bent net als je grote broer en zus - met krulletjes en goed in het spek - hoogbegaafd.

Ik trek je dicht tegen me aan en fluister zachtjes in je oor.  Ik weet het, maar het blijft nog even ons geheimpje.

 

 

 

Dag kleine kapoen,

 

Vorige week ben je erg ziek geweest.  Wij allemaal.  Het buikgriepvirus had ons stevig te pakken.  Je moest een paar keer spugen.  Daar bleef je verbazingwekkend rustig onder. Toch ben je daarvan heel erg geschrokken, veel meer dan ik dacht.  Nu ben je zo bang om een hap in je mond te steken, dat je niets meer wil eten.  Bij ieder hapje zit je te kokken en over één erwtje doe je meer dan een half uur en dan nog met heel veel water.  Ik vind het zielig om je zo te zien en maak me zorgen, want je moet nu toch echt weer aansterken.  Ondertussen ben je ruim twee kilo afgevallen, daarom ben ik aan de huisdokter raad gaan vragen.  Hij denkt dat je een ontsteking hebt en wil je volproppen met medicijnen, maar mijn hart weet gewoon dat dat niet waar is.  Daarom heb ik je gewoon in grote-mensen-woorden uitgelegd welke weg het erwtje aflegt in je lijfje.  Dat begreep je heel erg goed.  Sinsdien ben je weer beginnen eten.  Je angst lijkt weg te ebben.  Ik ben trots op je en op mezelf omdat ik weet dat hoogbegaafde kinderen angstig kunnen worden van dingen waar ze geen vat op hebben.

Straks bakt mam lekkere worstjes voor je, die eet je zo graag.

Dan ga je vast weer lekker smikkelen... 

 

 

 

Ventje, ventje,

 

Grappig, ontroerend en tegelijk schokkend was de vraag die je me vandaag - vanuit het niets - stelde.  We reden in de auto - op weg naar oma.  Je vroeg me wie de auto zou erven als mam en pap dood zouden gaan.  Ik moest even slikken.  En bliksemsnel nadenken over een gepast antwoord.  Als ik in de spiegel naar je kijk staat je blik bloedserieus en lijken je woorden die van een volwassene.  Je neemt geen genoegen met een of ander kinder-flut-antwoord. Dus praten we over doodgaan en erfenisrecht.  Je bent duidelijk geboeid.  Tevreden kan je het onderwerp achter je laten. 

Ventje toch, waarom stel je jezelf al die belangrijke levensvragen?  Je bent nog maar drie.  Probeer nog even kind te zijn.

Ik vraag me af wat er nog allemaal in je hoofd omgaat...

En als je vragen hebt of ergens mee zit weet dan dat ik er altijd voor je zal zijn! 

 

 

 

Mijn wonder,

 

Opeens haalde je je fietsje uit het tuinhuis en wilde je de zijwieltjes eraf.  Je bent net vier en vindt jezelf al een hele kerel.  Ik vind het een goed idee en bereid me voor op een week of twee rondjes joggen in de straat.

Stoer en zelfverzekerd stap je met pap naar het straatje dat achter ons huis loopt.  Pap houdt het zadel stevig vast en geeft je een zetje.  Daar ga je.  Pap wil naast je lopen, maar je fietst meteen een eind weg.  Je stopt in de bocht, keert je fiets om en komt weer terug gereden.  Ik kon mijn ogen niet geloven.  Had ik dit echt gezien?  Het moet vast beginnersgeluk zijn.  Maar nog voor ik iets kan zeggen, ben je alweer vertrokken.   

Ik denk dat pap en jij me voor de gek houden en dat jullie stiekem geoefend hebben.  Jullie beweren bij hoog en bij laag van niet.  En eigenlijk kan het ook helemaal niet, want de zijwieltjes zijn er nooit af geweest.

Starten, fietsen en stoppen - het gaat allemaal van een leien dakje.  Wat een prachtprestatie! 

 

 

 

Dag schattebout,

 

vier maanden geleden scharrelden we wat rond in de bib. Je kwam met een eerste leesboekje aangewandeld.  Mam, zo zei je, dit boekje vind ik heel erg leuk, want er staan makkelijke woordjes in. Die kan ik al lezen. Ik was wel verbaasd, want je bent nog maar net vier geworden. Maar neem meteen de eerste vijf boekjes mee. 

Aan de balie sta je te trappelen van ongeduld.  In de auto vraag je constant welk woord is dat, nooit welke letter is dat.

Tegen het eind van de rit kan je het ganse eerste boekje lezen.

Thuisgekomen zet je jezelf in de zetel en begint aan het tweede boekje.  Tijdens het eten maken, als ik in bad zit, als ik sta te strijken... steeds wil je naast me zitten en lezen, lezen, lezen en nog meer lezen.  Maanden vliegen voorbij.  Je verslindt het ene boek na het andere.  De juf van de tweede kleuterklas merkt het ook in de klas.  Ze heeft in overleg met mij en de zorgjuf een leestest bevolen.  Getrouw begint de juf bij AVI 1.  Zo race je door alle AVI's heen in minder dan een uur.  Iedereen is zeer verbaasd over het resultaat.  Na vijf maanden lezen heb je AVI 9. WAUW!

Ik denk dat wij nog vaak naar de bibliotheek zullen rijden!

 

 

 

Lieve Owentje,

 

je bent amper vijf en zit al in het eerste leerjaar.  Je mocht een klas hoger, maar ook in deze klas verveel je je steendood.  Vandaag gaf je zelf een lesje over tollen.  Dat schreef je helemaal alleen.  Je ging zo op in de voorbereiding dat ik je helemaal op zag fleuren. Je praatte, je lachte, je werkte, je deed opzoekwerk aan de computer.  Je straalde zoveel energie uit!

Je wil niets liever dan professor worden en droomt ervan om naar de universiteit te mogen gaan.  Maar als ik je uitleg hoeveel jaar je daarvoor nog moet wachten, word je plots erg verdrietig.  Mijn maag krimpt ineen en op m'n voorhoofd verschijnen rimpels.  Het doet me veel pijn om je zo te zien. 

Door je de afgelopen week zo te observeren, besef ik dat het voor jouw levensnoodzakelijk is om kennis te kunnen opdoen.  Kennis die ver boven het klasgemiddelde uitsteekt. Je kan niet zonder, net zoals we niet zonder zon, zuurstof of water kunnen.

Volgens de juf moet je nog een klas hoger.  Ze kan je niets meer leren.  Ik weet dat het geen oplossing is, maar jij wil het heel graag.  Dus na de paasvakantie naar het tweede leerjaar...

 

 

 

Zielig aagje van me,

 

je wil niet meer.  Je kan niet meer.  Je lichaam werd letterlijk ziek van al die saaie stof op school.  Ondanks de inspanning van de juf om je uitdagender materiaal aan te bieden - ben je meer dood dan levend.  De hele dag lig je op de mat, achter in de klas.  De dokter stelde vast dat je klierkoorts hebt, psychisch uitgeblust bent en dringend rust nodig hebt.  Voor mij is de maat vol.  Mam haalt je van school af.  Ook de directie en de juf zijn het daar mee eens.  Zo kan het echt niet meer. 

Ik duik het internet op, op zoek naar een alternatief.  Leg contact met Jan Hendricks, stichter van de Leonardoscholen in Nederland.  Hij blijkt een fantastisch persoon te zijn.  Iemand die alle tijd neemt en ons alles uitlegt wat we moeten weten over hoogbegaafd zijn.  Langzaam maar zeker rol ik in de wereld van de huisonderwijzers.  Dat voelt goed.  Dat gaan we gewoon een tijdje proberen.  Daarna zien we wel weer.  Vanaf nu leven we van dag tot dag.  Want over wat de toekomst ons nog brengen zal, durf ik nu even niet na te denken.   Jou weer gelukkig zien is het enige wat nu telt!

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Interessante websites:

 

 

Interessante tijdschriften:

 

 

Interessante boeken:

  • Hoogbegaafd, nou én? van Wendy Lammers van Toorenburg

  • Help, mijn dochter is hoogbegaafd van Marinette Boulanger

  • Hagar een hoogbegaafd meisje van Ineke Teesman

  • Denken is leuk van Laura Groebbé

 

 

Interessante artikels:

 

Bollebozen.be © 2009

 

Owen, Mare, Emil en Arno zijn aardwezentjes die net ietsie anders zijn dan gewone mensjes. Klijnsma's wonen midden in het groen, aan de rand van de weiden. Ze trekken dan ook vaak de laarzen aan om holderdebolder de natuur in te trekken. Dat is boeiend en fantastisch. Klijnsma's zijn erg 'leergierig'. Ze willen graag alles weten over het getal pi. En vaak zitten ze lekker te gnoezelen of het heelal uit te spitten...

 

Huisonderwijs met vier hoogbegaafde kinderen