Zo spelen en leven wij...

 

Sinterklaaskoorts

Het is al donker buiten als we terugkeren van de Grote Sinterklaasshow. Overal branden lichtjes. Het ziet er allemaal feeëriek en feestelijk uit.

Het is 20.00 uur. De kinderen moeten naar bed. Nadat ze hun speelgoed hebben opgeruimd, zetten ze hun schoen klaar voor Sinterklaas. Een laars wordt het zeker niet, want dan zou de Sint denken dat we hebberig zijn. Zowat de hele kast wordt leeggeroofd: een wortel, een suikerklontje en wat stro. Zouden de Sint en zwarte piet geen dorst hebben? En het paard?
Omdat papa en mama toch moeten opblijven (We hebben geen schoorsteen en aangezien de deur loslaten geen optie is voor de kinderen want dan zouden er wel eens boeven kunnen komen) beloven we dat we zullen vragen of ze wat willen drinken.
Luid zingend rennen Owen, Mare en Emil de trap op naar boven. De jongste hupt vrolijk mee op de arm, waarbij hij steeds opnieuw roept 'Bumba'.

Sinterklaas kapoentje,
gooi wat in mijn schoentje,
gooi wat in mijn laarsje,
dank u Sinterklaasje.
 
Dan is het tijd om rustig te worden. Ze krijgen nog een dikke knuffel en een nachtzoen.
Omdat ze hun schoen hebben gezet kunnen ze uiteraard niet slapen. Ze liggen klaarwakker in bed. (Behalve de 2 jongsten dan, die nog niet beseffen wat hun morgenvroeg te wachten staat.)
Iedere avond lezen ze nog een uur, maar dat lukt vanavond niet. Ze maken zich zoveel zorgen en hebben nog zoveel vragen te stellen, dat ik besluit om maar even bij hun te gaan zitten. Na een spervuur van 'zorg'vragen (Zal de sint ons niet vergeten? Weet hij nog wel waar we wonen? Is het niet te glad buiten? Weet de Sint dat hij langs de zijdeur binnen kan? Staat onze schoen wel op de juiste plaats?)te hebben beantwoord lijkt er eindelijk rust te komen in hun hoofd.
Het helpt. Rond 21.00 uur vallen hun luikjes dicht.

Als ze de volgende morgen wakker worden, willen ze onmiddellijk naar beneden rennen, naar de kamer waar hun schoen staat. Beneden aan de trap staan ze te huppen van ongeduld. De sleutel wordt omgedraaid in het slot en met een zwiep gaat de deur open. Het licht wordt aangeknipt. Auw, dat doet pijn aan je ogen...

Ze kunnen hun blijdschap niet op! Stomverwonderd kijken de kinderen naar al dat moois. Emil roept 'Wa klaas nu?'. Alsof hij Sinterklaas in hoogst eigen persoon dacht aan te treffen. 'Sinteklaas dootjes bjacht'. 'Joepie jee, joepie jee, he he!' Een vreugdedansje volgt...
Onze 2 oudsten roepen: 'oneindig maal dank Sinterklaas'. Al het speelgoed wordt aandachtig bekeken tot in het kleinste detail.

Dan worden de dozen met playmobil, lego en duplo aan flarden gescheurd. De nieuwe cd van Piet Piraat wordt opgezet. Terwijl papa en mama genieten van een kop thee en die heerlijk uitgelaten gezichtjes, kan het bouwen beginnen. Wat gezellig die Sinterklaaskoorts!
 
 DIV>
 

Papa Klijnsma was al heel vroeg in de ochtend vertrokken. De taxi was hem komen ophalen en bracht hem naar het vliegveld.
Als manlief op zakenreis is, belooft het altijd een drukke week te worden. Dan krijgt mama de ik-voel-me-super-verantwoordelijkheids-koorts. Zo gaat dat iedere keer.

Aan de ontbijttafel zat mama al volop uit te denken wat we die dag allemaal gingen doen. Deze keer mocht ze ook niet vergeten het vuilnis op tijd voor te zetten, wat anders een taakje is van papa. Verder was ze druk in de weer met de kleintjes. Vooral Arno mist 's morgens de arm van papa, want die brengt hem naar alle plekjes van het huis, waar hij anders niet bij kan. Die was er nu dus niet en dan krijg je gegarandeerd scènes.
Mama hield mezelf voor niet teveel te piekeren, rustig aan te doen en de dag te nemen zoals hij komt..

Mare moest haar ontbijt nog opeten. Ze zag een beetje bleekjes en at niet. Tenslotte nam ze toch maar wat hapjes van haar boterham met pindakaas en kruimeltjes. Ach ja, gebeurt wel meer als ze nog niet goed wakker is. En soms heb je nou eenmaal gewoon niet zo'n trek.

De hele dag werkten de aardwezentjes hard. Soms zaten ze in het schuurtje. Dan weer aan de tafel te tekenen en na te denken. Af en toe stuiterde er een bal door de kamer. Hier en daar werd wat goede raad gegeven bij het oplossen van een moeilijke puzzel.
Tennisles nummer 10 werd gevolgd, waarbij onze zoon trots was op het behalen van de rode band. Nou ja, de dag vloog voorbij.
Owen en Mare speelden nog een damspel. Ze vinden allebei steeds nieuwe spelregels uit. Ze willen er immers voor zorgen dat zijzelf de winnaar zijn. Want dat is toch de bedoeling van het spel. (Verliezen is niet de sterkste kant van aardwezentjes.)
Daarna was het tijd om te gaan slapen.

Toen ze in bed lagen, hoorde mama een zacht gekreun - dat steeds luider werd - uit de slaapkamer van Mare komen. Op muizenvoetjes ging ze even kijken wat er aan de hand was.
Nog voor ze ook maar iets kon zeggen, zat het hele bed onder de spuug. Het was een waterval van halfverteerde etensresten, waar geen eind aan leek te komen. Het stonk verschrikkelijk naar zuur, rottend fruit dat al drie maanden onder het bed had gestaan. Blèèèhk!
Ze knipte het bedlampje aan. Er zat een klein arm drommeltje in bed, kletsnat en bibberend van de kou. Handdoeken en een emmer met een sopje stonden in een mum van tijd boven.
Na het dweilen en weer in bed stoppen zat er een boze stem in mama's hoofd. Dit kan niet waar zijn! Niet nu, als papa een week weg blijft! De kamer was donker en kil.
Veel tijd om boos te zijn heeft mama die week niet gehad. De een na de ander kampte met het virus dat ons lelijk in de greep leek te hebben. Staaaapels was, poets- en strijkwerk, ettelijke deciliters dettol en 4 verschillende soorten motilium was waar het gezin op draaide. Slapeloze nacht na slapeloze nacht gingen tergend langzaam voorbij.
Het was gekkenwerk! En hartverscheurend om die zielige, bleke toetjes te zien!
Op de laatste spuugdag werden de hulptroepen (oma) ingeschakeld. Terwijl oma zich even bekommerde om de kleinkinderen, werd de boel flink onderhanden genomen. Het huis rook weer heerlijk fris en het linnengoed lag gevouwen in de kast.
's Avonds liet mama zich neerploffen op een stoel. nam een kop koffie en bladerde even door de krant. Maar al gauw had mama een gesprek met SaraTerusta...

De volgende dag was alles weer bij het oude. Het was de hoogste tijd om de koe weer bij de horens te vatten. Met dikke sneeuwlaarzen, jas-muts-sjaal en wanten gewapend trokken we naar het speelbos. De heerlijke boslucht deed wonderen!
Er werd heerlijke (magere) soep met toast gemaakt. Het leek wel een feestmaal! We hebben gesmikkeld!

Eindelijk was het zover. De dag waar we allemaal zo naar uitkeken. Mare omdat het zolang duurde en Owen omdat de tijd dan zo snel gaat. Met z'n allen kijken we wel ontelbaar keer naar de deur. Dan weer plakken hun snoetjes tegen de glazen voordeur. Ze stonden daar een poosje. Nog even en dan komt hij.
Als ze na lang wachten de auto horen opdraaien, springen ze vrolijk op. Papa is er weer!
We nestelen ons met z'n allen in de zetel en ieder kan even z'n verhaal kwijt.
Alles was in orde gekomen.
En mama geniet en geniet en geniet van papa's aanwezigheid...

Terusta!

 

 

De belegering

Wat doe je op een dag als het water met sloten uit de hemel gutst? Het zag er triestig en verlaten uit buiten. Geen mens die nu buiten zou komen, alleen als het echt nodig was. Als je uit werken moet bijvoorbeeld. Gelukkig horen wij daar niet bij.
Mam besloot de zetels met de rug naar elkaar te draaien. Met een grote zwaai gooide ze er het- dat-ons-'s avonds-altijd-lekker-warm-houdt-deken er overheen. Arno kroop er meteen onder. Het was gelijk dolle pret. Owen kwam aanzetten met nog meer dekens en stoelen. Er werd aardig gebouwd en verbouwd. Aan de zijkant van het kamp werd een regenboogkleurige vissenvlag gestoken.
Mare sprokkelde meteen al haar lievelingspulletjes bij elkaar. Een porseleinen servies, wat speelgoedeten, en een paar kussens om op te zitten, werden de tent in gesleurd. Buiten de kampeerplaats werd een campingvuurtje geïnstalleerd met een tafeltje en 2 stoeltjes. De 2 jongsten werden gebombardeerd tot kok. Er werden torentjes gemaakt van kopjes. Mam dronk de lekkerste thee van de wereld. En de 2 oudsten werden op hun wenken bediend, terwijl ze languit op de kussens lagen.
Het riep heel wat jeugdherinneringen op en mijmerend kijkt mam naar haar kroost.
(Vroeger waren we ook steeds met 4 op pad - het liefst van al in de groententuin van 'onze va'. Oh jee als die er achter kwam, dan zwaaide er wat...)
Plots breekt er een woelige strijd los en ben meteen terug op aarde. Ze willen de jonkvrouw, die opgesloten zat in de torenkamer, ontvoeren. Ridders vechten en tieren. De dame in nood krijst het uit!
De belegering duurt eindeloos lang. Als het gevecht in volle actie is, besluit ridder Emil de wankele toren (zeteltje) te beklimmen. Die valt loeihard op de voet van ridder Owen. Deze kermt het uit van de pijn. De vrouw des huizes moet een reddingsoperatie uitvoeren om ridder Emil omhoog te hijsenvanop de ingestorte toren, om daarna ridder Owen vanonder het puin te halen. Met de voet blijkt gelukkig niets aan de hand. Maar het campingkasteel is totaal vernield en lijkt nu meer op een ruïne. Het ziet er griezelig uit.
Er zaten spoken in de kelder en die zijn nu wakker geschud. De hartjes bonzen in hun keel.
Owen en Mare kruipen ieder onder een deken. OEOEHOEOE! SPOKEN!
Emil giert het uit en rent als een dolle stier de kamer rond. Owen en Mare spelen hun rol geweldig.
Tijdens het spookavontuur gaat de bel. De postbode staat met een klein, bruin pakje aan de deur. Nieuwsgierig als ze zijn duurt het niet lang voor de inhoud gekend is. Het fantastische boek van Norton Juster zit er in. Daar zaten we al een tijdje op te wachten. We zetten ons op de mat en nestelen ons met onze rug tegen de zetel. Alleen al de omslag van het boek spreekt aan om te gaan lezen. Meteen beginnen we: Owen en mam. Wel nog moeilijk -want het is de Engelse versie- maar het vlot al aardig. Algauw zit iedereen met een boekje in de hand. Terwijl mam voorleest, luistert ze naar de stilte na de storm. Even een genietmoment: de rust is weergekeeren wij daar niet bij.
Mam besloot de zetels met de rug naar elkaar te draaien. Met een grote zwaai gooide ze er het- dat-ons-'s avonds-altijd-lekker-warm-houdt-deken er overheen. Arno kroop er meteen onder. Het was gelijk dolle pret. Owen kwam aanzetten met nog meer dekens en stoelen. Er werd aardig gebouwd en verbouwd. Aan de zijkant van het kamp werd een regenboogkleurige vissenvlag gestoken.
Mare sprokkelde meteen al haar lievelingspulletjes bij elkaar. Een porseleinen servies, wat speelgoedeten, en een paar kussens om op te zitten, werden de tent in gesleurd. Buiten de kampeerplaats werd een campingvuurtje geïnstalleerd met een tafeltje en 2 stoeltjes. De 2 jongsten werden gebombardeerd tot kok. Er werden torentjes gemaakt van kopjes. Mam dronk de lekkerste thee van de wereld. En de 2 oudsten werden op hun wenken bediend, terwijl ze languit op de kussens lagen.
Het riep heel wat jeugdherinneringen op en mijmerend kijkt mam naar haar kroost.
(Vroeger waren we ook steeds met 4 op pad - het liefst van al in de groententuin van 'onze va'. Oh jee als die er achter kwam, dan zwaaide er wat...)
Plots breekt er een woelige strijd los en ben meteen terug op aarde. Ze willen de jonkvrouw, die opgesloten zat in de torenkamer, ontvoeren. Ridders vechten en tieren. De dame in nood krijst het uit!
De belegering duurt eindeloos lang. Als het gevecht in volle actie is, besluit ridder Emil de wankele toren (zeteltje) te beklimmen. Die valt loeihard op de voet van ridder Owen. Deze kermt het uit van de pijn. De vrouw des huizes moet een reddingsoperatie uitvoeren om ridder Emil omhoog te hijsenvanop de ingestorte toren, om daarna ridder Owen vanonder het puin te halen. Met de voet blijkt gelukkig niets aan de hand. Maar het campingkasteel is totaal vernield en lijkt nu meer op een ruïne. Het ziet er
griezelig uit.
 
 

De telduivel

Het is nog heel vroeg in de ochtend. Mama had zich best nog wel even willen omdraaien in bed. Maar na de zoveelste 'mamaaaaaaaaaaa, Emi wakke' zit er niks anders op dan het warme plekje om te ruilen voor de koude vloer. Emil wakker, dus iedereen wakker...
Met mam's ogen nog op half zeven strompelen we met z'n allen naar beneden. Nog niet eens halfweg komt de zo prangende vraag van onze oudste (die mocht hij de avond ervoor niet meer stellen): 'Is een getal hetzelfde als een cijfer?' Stellig antwoord ik dat een getal wel uit cijfers bestaat, maar cijfers dus geen getallen zijn. Daarmee denk ik goed te hebben geantwoord, maar niks hoor! Hoe zit dat dan met oneindig en het getal Pi?
Tijdens het ontbijt wordt er nog duchtig gepraat over getallen. We zoeken het grootste getal dat we kennen (buiten oneindig). En geef hen even wat stof om hun hersenen mee te pijnigen: 'Hoe kan je vertellen hoe oud je bent zonder dat je cijfers gebruikt?' Daar zijn ze even zoet mee...
De gekste manieren worden bedacht, maar tot de oplossing komen ze niet vanzelf.
We gaan met z'n allen gezellig op de mat zitten. Een verhaal over een boer en een herder die steeds ruzie kregen over hoeveel schapen ze hadden wordt verteld. De boer kreeg het schitterende idee om steentjes te gebruiken: voor ieder schaap 1 steentje. In het land van Elam vonden ze dat gedoe met die steentjes niet zo handig. Dus gingen ze stenen van klei maken. Een kegel is 1, een knikker is 10, een grote kegel is 60 enz.

video

De doos met klei wordt uit de kast gehaald en Owen probeert het getal 100000 te leggen. Dit was een hele moeilijke opgave, want we deden alles uit het hoofd. (En dat wil dus niet altijd even goed lukken, helaas!)
Onze zoon troost zich met de gedachte dat vele wiskundigen niet zo goed zijn in rekenen. Bovendien vindt hij het zonde van zijn tijd. Daar heb je toch een zakjapannertje voor?
Maar over wiskunde (en geen rekenen) praat hij net zo makkelijk als over spore of fietsen. Hij vindt het doodeenvoudig!

Mare krijgt een leuke opdracht met knikkers. Ik wil wel eens weten tot hoever ze al kan tellen?
Het gaat behoorlijk vlot voor een meid van 5. Wel merk ik op dat ze erg onzeker is en vaak om bevestiging vraagt. Misschien moet ik haar wat extra complimentjes geven? Of moet ik haar leren dat je in het leven fouten mag maken? Niet alles hoeft perfect. Het zet m'n hersens aan het denken...

Ondertussen komt Emil aangesjokt met z'n nieuwe boek. 'Emilezeleze'. Mama neemt hem even op schoot. We bladeren door het boek, terwijl onze kletsmajoor overal uitleg bij geeft.
Vooral het cijfer 1 vindt hij boeiend. Laatst stonden we bij de apotheek in de rij aan te schuiven. Er staat een tafeltje met speelgoed, waar de meeste kindjes meteen naartoe rennen, maar hij niet. Emil gluurt de ganse ruimte af om te kijken of hij het cijfer 1 kan vinden. Dat laat hij dan ook luidkeels en vrolijk merken: één, één, één. Hij gaat net zolang door tot je het herhaalt. Heel trots doet hij dan zijn handen op z'n rug en wipt heen en weer op de tippen van zijn tenen. Hij kijkt je dan breed glimlachend aan. Knap hoor, Emil!
Na het boekje lezen geef ik hem magneetcijfers. Hij is geamuseerd door het opplakken en weer af de koelkast halen.

Mare en Owen's honger naar getallen is nog steeds niet gestild. Ik besluit naar de bib te rijden en een boek te halen waarvan ik het bestaan al langer afweet: 'de telduivel'. Tijdens de terugrit vallen de kleintjes in de auto in slaap. Op muizenvoetjes worden ze naar boven gedragen. Ze slapen lekker verder...
Meteen wordt het boek in mijn handen geduwd. Mam gaan we alsjeblieeeeeeeeeeft lezen?
Samen nestelen we ons in de zetel, lekker dicht tegen elkaar aan. Ik sla m'n arm om Mare heen en begin bij de eerste nacht. Hun ogen glinsteren. Ze genieten hier duidelijk van!

Sinds de telduivel bij ons in huis woont, wordt er flink wat afgehupt (kwadrateren) en radijzen (wortels) getrokken.
Verder moet ik te pas en te onpas vijf wamm(faculteit) berekenen. Dan straalt Owen zijn hele gezicht en zie je hem gniffelen als ik wat lang moet nadenken.
En dan te bedenken dat deze kerel op school in slaap viel op de mat en nu de grootste lol heeft met wiskunde!

's Avonds kijk ik vaak even naar het boek en word dan even helemaal stil.

Ik ben de telduivel erg dankbaar!
 
 

Klatsch!

Het ganse jaar wordt er door de kinderen duchtig gespaard ten huize Klijnsma. Iedere week verdwijnt er een zakcentje in hun portemonnee. En met de feestdagen en verjaardagen krijgen ze ook een aardig eurootjekado.

Traditioneel worden op 1 januari de spaarpotten geleegd. De buit van het afgelopen jaar wordt geteld (en geteld en geteld en opnieuw geteld door onze oudste zoon). Dan volgt de hamvraag: 'Wat wil je er graag van kopen?'. Owen is snel klaar. Hij zit al een hele tijd ongeduldig te wachten op een uitbreidingset voor de knikkerbaan. Maar onze dochter is andere koek. Eerst ook maar een uitbreiding van de knikkerbaan, dan een microgolfoven, vervolgens paardrijlaarzen en zo gaat dat nog wel een poosje verder.

Mam besluit om naar de allemooiste speelgoedwinkel van de streek te rijden 'Het Kadulleke'. De auto wordt geparkeerd voor de vitrine. Meteen komen er oh's en ah's. Hun ogen zijn zo groot als schoteltjes. Ze zijn meteen betoverd. Al die mooie kleuren, dat prachtige speelgoed en die vrolijke muziek... Uitgelaten word ik van het ene speeltje naar het andere getrokken.
Emil en Arno hebben algauw de hoek met de elektrische trein gevonden. Owen ontdekt een opstelling van de HABA knikkerbaan. Precies wat hij zocht. Maar waar is Mare. Mam ziet haar kleine meisje met een beteuterd gezicht de winkel afsjokken. Zoals gewoonlijk vindt ze niks 'echt' leuk. Samen overlopen we de mogelijk interessante dingen, maar niks schijnt haar te boeien. Net als we besluiten om er nog eens een nachtje over na te denken, ziet ze in haar ooghoeken een grote, stoffen jaarkalender hangen. Eéntje met een schuifmaatje voor de dagen van de week en allerlei plaketiketjes. Haar ogen fonkelen. Die wil ze graag hebben.
We rekenen af aan de kassa. Nog even een glimp van de mooie vitrine en we rijden weer huiswaarts.



Uren speelplezier later zet mam een doos op tafel die ze stiekem had gekocht. Zoals je weet zijn aardmannetjes heel nieuwsgierig. Klatsch! staat er op de doos. Als ik het deksel eraf haal en hun een vliegenmepper in hun handen stop klinkt er gegniffel. Hun pretoogjes stralen. De tien bijhorende vliegen worden op tafel gelegd. Hun aandacht heb ik alvast!

Mare mag een bloem uitzoeken waarmee we ons eerste potje zullen spelen. Ze kiest het kaartje met de 10. Daarna wordt er beurtelings gedobbeld. Het gegooide getal moet met de bloem vermenigvuldigd worden.
Wanneer iedereen tegelijk probeert om op de vlieg met de juiste uitkomst te meppen, gaat het er wild aan toe! Hun wangen beginnen te gloeien. Er wordt heel wat af gemept.
Helaas gaat het al snel over vals spel, niet eerlijk en doe niet meer mee! Boos vliegt de mepper op de grond en stampvoetend vertrekt een aardmannetje naar boven. De deur bleef gelukkig nog net in zijn hengsels hangen. Dus mam op zoek naar grumpie aardwezentje...
Onder het bed ligt een betraand gezicht van een meisje dat nog nooit heeft verloren bij een spelletje. Van een meisje dat meestal 100 % alles juist heeft. En dat nu niet weet hoe ze daar mee om moet gaan. Heel erg zielig!! Maar na een dikke knuffel en een gesprekje van moeder tot dochter (waarbij oneindig keer wordt herhaald dat verliezen niet erg is) wil ze weer mee doen!
Bij het tweede potje hebben we reuzelol. Mare wordt in één klap tot meester in de tafels benoemd!

Met onze zoon spelen we morgen de profvariant. Alle 42 vliegen worden dan op de tafel gelegd. Met beide dobbelstenen zal gegooid worden: de twee gegooide getallen worden met elkaar vermenigvuldigd! Hij nam deze uitdaging aan. Misschien gaat hij morgen als vermenigvuldigingsgenie de vlieggeschiedenis in?

's Avonds als de kinders in bed liggen, worden er tot diep in de nacht laaaaange gesprekken gevoerd over spellen, leren omgaan met verliezen en faalangst.

Over de tafels van 1 - 10 kan veel gezegd worden, maar dat ze saai zijn is vliegenkul! Bzzzzz...
 
 
Het is winter. Mam zit stil aan de keukentafel. Ze is geen ietsiepietsie blij. Af en toe slurpt ze aan de kop hete erwtensoep met rookworst.

De kindjes Klijnsma daarentegen zijn springlevend. Ze kunnen geen minuut stilzitten.

Het bewegingstussendoortje op hun contractwerk van deze week blijkt een schot in de roos te zijn: Anna Maria Koekoek. Ook de kleine Arno speelt al duchtig mee, klopt op de muur en brabbelt a a oeoe. Pretoogjes heeft ie en 3 tanden worden bloot gelachen.
Gek als ze zijn op woordspelletjes verandert het al snel in AnnieMiraia Koekoek en daarna Marc de Bel Boeboek of nog gekker KoekieMiranieAnna. Brullen, gieren en lachen geblazen...


Emil kijkt echter vreemd op. Hij denkt dat Owenz'n tong in de knoop zit. Zonder blikken of blozen haalt hij de stethoscoop boven, waar hij al dagen mee rond zeult. Dokte Emi, Owe, dokte Emi, schreeuwt hij luidkeels. Niemand ontsnapt eraan. Iedereen wordt nauwkeurig onderzocht en bediend van de meest vieze medicijnen. Ook ga je verplicht aan het aërosol-toestel (coccocinel genaamd). En als hij het ene kwaaltje heeft behandeld, krijg je plotsklaps wel weer een ander mankement. Zoals zere knieën - waar eerst lekker hard op geklopt wordt met een hoe-heet-zo'n-ding eigenlijk - reflexhamer. Met het juiste zalfje - lekker ver uitsmeren - en een verband wordt er verwacht dat je dan ook zo snel als het mankement zich voordeed weer helemaal de oude bent.





Mam staart door het raam. Het is zonnig en rustig buiten. De lucht is kil. De felle kleuren van de natuur - zoals je die in de zomer vindt - hebben zich teruggetrokken. Alleen het groen, bruin en grijs zijn overgebleven. Maar de vochtige lucht maakt de kleuren scherp en diep en doet ze glanzen. Het is precies het juiste weer om een fietstochtje te gaan maken. Om ergens naar toe te gaan in plaats van stilletjes voor je uit te zitten staren en te voelen hoe somber de winter soms kan zijn.

We hijsen ons in de warmste kleding die we maar kunnen vinden. Mutsen, sjaals, wanten en dikke sneeuwlaarzen beschermen ons tegen de toch wel gure wind. In Noorwegen kennen ze een spreekwoord dat zegt: 'Slecht weer bestaat niet, alleen slechte kleding'.
Owen en Mare zijn superenthousiast om hun nieuwe fietsen nog eens uit te kunnen testen. De route is ook snel bepaald: langs het treinspoor, want dat vindt Emil de max.
Anderhalf uur fietsen we de benen uit ons lijf. De wind waait zachtjes langs onze wangen en tovert er rode cirkeltjes op. De adrenaline raast door ons lichaam. Emil wacht ondertussen geduldig tot er een dubbeldektrein in volle vaart langs komt rijden. Maar die zien we helaas niet. Zeker nog een kilometer nadat we het fietspad naast het spoor verlieten zegt ons kleine mannetje: 'O, wajamme nou!'. Na de laatste heuvel, komen we helemaal lam gereden weer thuis aan: moe, maar voldaan.

Kaatje wordt opgezet en de aardmannetjes smikkelen een bakje druiven naar binnen. Minstens een kwartier zitten ze helemaal stil. Mam kijkt naar de gezonde blos op hun wangen en hun tevreden toetjes.

Het was een goed idee om te gaan fietsen. Weg winterprik!
 
 
Stok en Stokkie

Mam en de kinders lopen over het kronkelende pad langs de Molenweg. Het ruikt er nog heerlijk naar het-heeft-net-geregend-weer.  De weg zit vol kuilen, waarin nog een beetje water is blijven staan van de regenbui die  net was overgetrokken.  Emil en Arno vinden het heerlijk om met hun gummielaarsjes in de plassen te springen.  De kleinste telg lijkt zijn hele lijfje bijeen te pakken om dan een mega-grote sprong te maken - maar hoe guitig zijn oogjes ons ook aankijken - hij komt amper los van de grond.  Voor mam  zo leuk om te zien.  Owen en Mare vinden het grappig hun kleine broertje zo bezig te zien.

Zij zoeken steentjes - het liefst van die platte. En worden zorgvuldig verzameld in een stukje omgeplooide jas.  Wanneer hun ene hand het bijna niet meer kan houden rennen ze ietwat voorover strompelend naar het water.  Owen's arm zwiept achteruit en met één vlotte beweging kielt hij een keitje over het water.  Al stuiterend - maar liefst drie keer - en dan gaat ie kopje onder. Hij wordt er zowaar macho van.  Mam grinnikt.  Cool hoor zoon!

Mare probeert een takje te raken dat voorbij dobbert. Dat wil niet meteen lukken, dus rent ze mee de oever af.  Owen komt erbij.  In een oogopslag schat hij de slaagkansen voor het takje in.  Hij doopt hem Stokkie en is er vast van overtuigd dat hij zal winnen en Mare hem dus niet kan raken.  Uit alle macht gooit ze het ene na het andere steentje, maar velen belanden in de graskant.  Zoonlief krijgt gelijk.  Mam geeft Mare daarom Stok - die veel groter is.  Ze gooit hem in het water.  Met een plons is de race begonnen.  Wie zal het halen: Stok of Stokkie.  Iedereen zet het op een lopen - richting bruggetje.  Hijgend hangen ze -veel-te-ver over de betonnen railing en kijken vol spanning naar het water.  Luidkeels worden Stok en Stokkie aangemoedigd.  Net wanneer Stok een bladlengte voorsprong heeft,  komt hij vast te zitten in de takken van een oude treurwilg, die zielig zijn armen in het water laat hangen.  Er wordt nu nog harder geschreeuwd. 

Gelukkig komt hij weer los, maar is dit nog op tijd?  De twee ondertussen levende stukken hout verdwijnen onder het kleine bruggetje.  Snel leunen we over de andere kant van de brug.  Het is Stokkie die als eerste tevoorschijn komt.  Maar waar is Stok gebleven?  We wachten nog een tijdje en speuren het wateroppervlak af, maar van Stok geen spoor meer, niet voor het bruggetje, niet onder het bruggetje, niet na het bruggetje.  Oh, wat zielig, Stok is verdronken!

Diep onder de indruk wandelen we weer naar huis.  Er wordt nog vaak verteld over Stok en Stokkie. In Memoriam.

 

 

Helden en boeven

Het is avond. De dag ging alweer voorbij. Meestal hangen we rond dit uur voor de buis en kijken Karrewiet. Enkel vandaag stond toevallig het kanaal afgestemd op Eén. Het nieuws dringt amper tot ons door.

Een verschrikkelijke man was diezelfde dag de crèche 'Fabeltjesland' binnengedrongen. Het meedogenloze schepsel doodde een kinderverzorgster en 2 baby's. Het liet een bloedbad achter.
Zo'n bericht komt aan als een donderslag. Ook mam heeft even tijd nodig om te beseffen wat gebeurd is. Met haar beide handen trekt ze de kraag van haar vest tegen haar hals. Ze trekt haar schouders op. Haar gezicht staat strak en bitter. Er laait kwaadheid in haar op. Het is moeilijk en verwarrend om te vatten. Mam voelt zich machteloos tegenover zoveel onbegrijpelijk geweld.

'Dood?' vraagt Owen steeds opnieuw. 'Zijn er dan zoveel slechte mensen?' De kinders zijn haast in shock en komen tegen me aangekropen. We praten er even over, maar niet te lang en teveel. Het is een troost dat de moordenaar achter tralies zit.
Owen was amper 4 toen hij een keer in de auto vroeg: 'Als jij dood gaat, wie erft dan de auto?' Daar zat mam met haar mond tot op haar knieën niet wetende wat te antwoorden. Onze zoon kampte toen al met levensvragen - veel te vroeg.

Emil komt aandraven met z'n voorleesboek 'Een nieuwe buur voor Vos en Haas'. Als Vos 's nachts wakker schrikt van een eng geluid vraagt hij zich af of het een spook is of een boef.
Owen zit ondertussen te lezen in 'Helden en boeven', een nieuw boek dat mam haalde in de bib. Hij merkt op dat zijn boek daar ook over gaat. Toevallig.
In één van de verhaaltjes wordt een moordenaar afgeschilderd als een ware held. Boeven kunnen dus ook helden zijn. Hoe raar dat ook klinkt. Onze zoon wil het boek wel lezen, maar ligt nu wel in conflict met zichzelf: 'Hoe kan je een held worden als je iemand vermoord?' Tja, leg dat maar eens uit...

Die nacht kampt m'n kleine meisje met angstaanjagende nachtmerries die zo echt lijken alsof ze er midden in staat. De volgende ochtend - het is nog donker en de nacht heeft nog niet helemaal plaats gemaakt voor de dag - praat ze er honderduit over. Even een uitlaatklep.
Mam switcht het onderwerp en we proberen er een gezellig ontbijt van te maken. (Maar mam kan niet ontkennen dat ook haar gedachten steeds afwijken naar de gruwel van gister.)

Als we even wandelen naar de bakker om de hoek wordt er gefluisterd over de nachtmerrie van de voorbije dag. Zachtjes alsof niemand hardop durft of kan verwoorden wat er is gebeurd. Maar aardmannetjes hebben grote oren en horen alles. Haastig knikt mam ja en nee en schiet terug buiten.
Je kan geen TV of radio opzetten of het zoveelste debat met psychiaters en advocaten is aan de gang. Dus dat ding weer snel uit. De k3 CD dan maar aan. We zingen, dansen en maken er een dolle boel van.

Arno staat met z'n kleffe handjes en z'n neusje tegen het glas naar buiten te kijken. Euh, euh en wijst druk met z'n linkerhandje naar de wijde wereld die lonkt. Hij heeft totaal geen idee wat er zich af heeft gespeeld en wil gewoon lekker de koude wind voelen.
Dus allemaal goed ingeduffeld de openlucht in.
Mam rent een eindje voor de kindjes uit en slaat haar armen open. Mare heeft meteen door wat de bedoeling is. Gillend komt ze aanrennen. Mam tilt haar op en voelt hoe ze zich vastklemt rond haar nek. We draaien rondjes tot we bijna omvallen.
Algauw volgen de anderen. We hebben groot hoop lol! En we draaien en we zwieren en we draaien tot we echt niet meer kunnen. Hijgend ploffen we op de grond en laten ons vallen. We kijken naar de lucht die zoals altijd eindeloos mooi lijkt.

Mam zucht diep... mijn boefies.

 

 

Lekker spekkie

Mam sjokt heen en weer. Ze is net bezig de ontbijtkopjes en borden in de vaatwasser te ruimen. Ietwat verbaasd zijn we als de telefoon rinkelt. De race wordt meteen ingezet - wie komt al eerste aan? Op kousenvoeten schuivend is het Mare die de overwinning in de wacht sleept.

We krijgen een opgewonden oma aan de lijn. Apetrots vertelt ze dat de baby van tante Ines is geboren. Het kleine hummeltje krijgt de naam Noor Louise. Daar zaten mam en haar gnoezels al zo lang op te wachten. Aan deze zwangerschap leek maar geen einde te komen.
We zijn best in een euforische stemming. De geboorte van een baby haalt altijd roze-wolk herinneringen naar boven.
Mam herinnert zich nog goed de komst van haar aardmannetjes. Hoe wijs ze meteen uit hun ogen keken, alsof ze al enkele maanden oud waren en mam zich afvroeg of ze te lang in de buik hadden gewoond? Hoe handig ze van dag één al waren. Het warme en veilige gevoel als die piepkleine vingertjes zich rond mam's vinger klemden. Hoe snel ze konden zitten. Amper vijf maanden oud zaten ze stevig rechtop. Met vijfenhalf zaten ze voor op de fiets. Al even snel liepen ze door het huis - allen ruim voor hun eerste verjaardag. Het samen kiekeboe spelen achter oma's gordijn. Voor het eerst ijsjes likken.
Nee, van toen af werden de dagen veel vrolijker. Het stille huis werd er eentje vol leven. Iedere morgen werd je gewekt door Owen die in je ogen priemde, of Mare die in je tepel kneep, of Emil die aan je oren hing te frunniken. En nu dus door Arno die koosjes verhaaltjes ligt te brabbelen. Er zijn nog wel eens ochtenden waarop je liever de deken over je hoofd trekt om je nog even te verbergen voor de wereld, maar ze zijn zeldzaam.
Mam haalt stapels fotoboeken boven. Die zaten ondertussen ver achter in de kast. We zetten ons met z'n allen rond onze veel-te-kleine-tafel. Met elk een boek is het een gekwek, gegiebel door elkaar. Grappig die foto waarop Owen vol chocomousse hangt. Ach kijk... Mare met haar roze jurkje, zittend in het felgroene gras. Emil was zo'n lekker spekkie - om in te bijten. Arno is gewoon nog onze Arno. Mam wordt er zowaar nostalgisch van. Elkeen krijgt een stevige buffel-knuffel.

We zijn allemaal erg nieuwsgierig over hoe kleine Noor eruit zal zien. Misschien de wipneus van mama of de ogen van haar pa. Met kriebels in de buik vertrekken we op kraamvisite. Het verkeer onderweg laat te wensen over. Hectisch zoals altijd.
Eenmaal op de parking stijgt de adrenaline ons allen naar het hoofd. Mare en mam's ogen fonkelen. We merken niet eens op dat het miezert en best wel koud is. We snelwandelen de deur van het ziekenhuis binnen. Wel leuk vindt Owen zo'n nieuwe automatische schuifdeur. De geur die in de gangen hangt is bedrukkend. Het ruikt naar een combinatie van dettol en chocomelk. Het is er ook erg warm.
Mam haast zich naar de balie - waar niemand zit en mam dus even wachten moet - om het kamernummer. We moeten op de derde verdieping zijn. Emil wil graag trappen lopen. Moedig beginnen we aan de beklimming naar het eerste, waar we hijgend boven komen. Misschien toch maar beter verder met de lift. Nu vindt Emil de lift toch ook wel interessant. Owen mag als eerste op het knopje van de lift drukken. Mare tikt de verdieping in en Emil sluit de deuren. Goh, wat spannend allemaal.
Mam vraagt zich af of andere mensen dit nou ook bij onze kinders hadden?

Mare vindt het leuk om het juiste kamernummer te zoeken. Daar is deze kleine meid al erg goed in. We sluipen zachtjes door de gangen.
Bij nummer 356 klopt papa op de deur. Op muizenvoetjes gaan we naar binnen. Papa en mama worden gefeliciteerd en dan krijgen we eindelijk het babiemeisje te zien. Wat een plaatje!

 

 

Akka van Kebnekaise

 


Straks is het weer zover. Dan komen de duizenden trekvogels weer terug van hun vakantie uit het buitenland. Van zuid naar noord vliegen ze pal over ons huis.
Er zijn vogels van allerlei soorten, maar mam herkent er niet veel anderen dan de wilde ganzen. Ze vliegen hoog in de lucht en komen aan in twee lange rijen die in een hoek samenvallen. Als mam het eerste gegak van de ganzen hoort, laat ze alles vallen waar ze mee bezig is. De kinders worden dan bijeen gesprokkeld. Met opgewonden stem schreeuwt mam dan: 'De ganzen zijn terug! De ganzen zijn terug!' Iedereen rent zo snel hij kan naar de open tuin achter het huis. Dicht tegen elkaar staan we vol bewondering in het gras omhoog te staren - met onze mond wijd open. We luisteren hoe de leidstergans - Akka van Kebnekaise - de andere ganzen aanmoedigt door te vliegen. Onze ogen fonkelen. Mam voelt dat de hartjes van haar aardmannetjes sneller slaan dan anders. Dat maakt mam erg blij.
De vakantiegangers brengen de eerste warme zonnestralen. Het gras lijkt dan opeens weer sappig en heldergroen. Je hoort hoe de vogeltjes beginnen aan het bouwen van hun nest. De lente komt eraan!

Maar zeer triest zijn we dit jaar, want deze gnoezels gaan verhuizen. Dit jaar geen gakkende ganzen. Helaas, het is niet anders.
Er was niks mis met dit fijne huis. Alleen... net zoals je lievelingbroek je te klein kan worden werd dit huis ons ook te klein. We hadden slaapkamers te kort en een afzonderlijk burootje voor pap zou ook wel leuk zijn. Zo kon het niet langer.
Pap en mam bezochten veel oude huizen waar steeds meer opknapwerk nodig was dan de Klijnsma's zouden willen. Neen, in zo'n verbouwingperikelen wilden ze niet weer verzeild geraken. Eén keer was genoeg.
Op een dag dat het volkomen windstil was - helder was het niet. De hemel was grijs. Hier en daar dreven geweldige wolkenmassa's die tot aan de horizon neerhingen. Sneeuwvlokken vielen verweesd neer. Toen zagen we een prachtig lappie grond te koop. Pap en mam aarzelden niet, dit was wat ze zochten. Het voelde meteen goed!
Die dag ging mam stiekem dromen van een huis met een grotere tuin met daarin een stevige boom voor een boomhut, van een tuin vol struiken voor geheime plekjes. Van plaats voor een groententuin met dikke wortels en sappige rode tomaten. Van fruitbomen vol sportsnoep...

Er werden heel wat plannetjes getekend. Vooral door mam, maar ook Mare tekende haar droomvillaatje. Na veel gegum zal het uiteindelijk deze worden.


Nu zijn deze gnoezels druk aan het inpakken - dozen vol. Mam vindt het best leuk om alle spulletjes in te pakken. Owen stelt zich voortdurend vragen over wat nou wel in een doos moet verdwijnen en wat niet. Ook in Mare'skoppie speelt zich heel wat af. Blijft de verwarming wel hier? Mag ons knutseltafeltje mee? Alles gaat mee. Zelfs urmpie-wurpie (amper 6 centimeter hoog).

 


Alleen de muren, de vloer en het dak blijven achter. Als mam langs de trap omhoog roept dat ze niet mogen vergeten de slaapkamers-die-we-te-weinig-hadden in te pakken, kijken ze me eerst aan alsof ik van mars kom, maar al snel snappen ze dat het om een inpakgrapje gaat. Best gezellig zo!


Als straks al onze spulletjes in de verhuiswagen staan zeggen we het lege huis vaarwel. Bedankt huis dat je zo goed voor ons bent geweest. Veel plezier met de nieuwe bewoners. Dag huis! Tot ziens...

 

 

Du sud au nord, l'extrême

De koude, venijnige wind blaast pal in het gezicht als pap, mam en de kinders zich haasten naar het atomium. Binnen wordt het er niet beter op. De vloer en het dak van het ijzeratoom zijn omgevormd tot de koelkasten van de aarde: de polen.
Owen ontdekt dat de Noordpool eigenlijk een stuk bevroren oceaan is. Het ijs drijft gewoon op het water. Geen land eronder! En toch wonen daar beren? Dat vinden onze kinders toch wel erg bizar.
Zo'n 5200 weken geleden bereikte de eerste mens ter wereld deze ijskoude plek.
Mam vraagt zich af waarom iemand naar zo'n kille plaats zou willen trekken. Tegenwoordig is het natuurlijk leuk: superisolerende kledij, romantisch ijshotelletje, sneeuwscootertje op iedere hoek. Maar vroeger was dat wel andere koek. Nou ja, hopelijk had z'n moeder geitewollensokken voor hem gebreid.

Emil lonkt naar de superhoge - steile roltrappen, maar de route loopt anders. Met z'n allen worden we in een gammele lift gepropt. De ruimte is zo klein dat Owen een elleboogstoot oploopt, auw! Pap vindt het fascinerend om door het glazen dakraam het mechanisme te kunnen zien. Het loopt nog steeds als een Zwitsers horloge al kraakt en wiebelt het wel wat. Mam heeft het niet zo voor deze veel te kleine op-en-neer-hijser, maar een andere optie is er niet. Het moet dan maar. Met ingehouden adem en een strakke blik komen we aan in de middelste bol en werpen een blik op Brussel. Vooral de computerborden met buitencamera's - die mijn gnuffels zelf links-rechts/op-neer kunnen bewegen - vallen in de smaak van mijn jonge publiek.

Du sud au nord, l'extrême staat er op het bordje dat boven de zoveelste roltrap hangt. Het is Emil'sluckyday. Boven schemert een flauw paarse gloed bij een temperatuur van - 50°c. Brrr.





We duiken een ijsgrot in en blijven erg dicht bij elkaar. Toegegeven vinden ook pap en mam dit spannend. Mare is bang voor ijsberen, maar die hoeft ze op de Zuidpool niet te vrezen. Pap legt uit dat het een onbewoond grondgebied is, de streek van de pinguïns. Daar fleurt de kleine meid weer van op.
Op Antarctica mogen ze een filmpje kijken over sleehonden. En hoe interessant ook - ze blijven er niet lang voor zitten. Een bijzonder aangename geur doet hun neusvleugels trillen. Wafels!
Owen staat letterlijk te snuffelen aan alle in- en uitgangen om de bron te kunnen detecteren. De juiste roltrap werd gevonden en we verhuizen weer een bol. De kinders kiezen voor ijs - om in de sfeer te blijven. Mam neemt een lekkere Brusselse wafel met een flinke hoeveelheid bloemsuiker. Om je vingers bij op te eten - zo lekker. Pap geniet van een biertje.

Dan begint de afdaling - met de trap. Owen telt de treden. Het zijn er heel veel.

Mam heeft het gevoel bevroren te zijn tot op het bot, vast van die Antarctische wateren te doorzwemmen. Haar voeten zijn ijsklompen. Mam duikt diep in haar jas. De verwarming in de auto wordt hoog gedraaid. Mam mijmert... hopelijk had zijn moeder geitewollensokken gebreid!
 
 

Roodkapje: mals jong ding

Voor één eurootje zag mam hem staan: de musical DVD van Pinokkio.  En dus gauw meegenomen. De kinders waren al helemaal dol op de musical DVD van Doornroosje.  Misschien is deze ook wel een voltreffer?  Mam keert met een blij-in-de-buik-gevoel weer naar huis. 

Buiten is het guur en koud.  En als de kleintjes in bed liggen voor hun middagdutje, gaat de DVD in het apparaat.  We kruipen dicht tegen elkaar aan.  Mam vertelt dat mensen bij het horen van het woord 'sprookje' vaak aan kleine kinderen denken, maar dat was eigenlijk niet de bedoeling.  Sprookjes waren eigenlijk volksverhalen die door mensen aan elkaar werden verteld op feesten, op de markt of bij het haardvuur.  De verhalen zijn er ook al veel langer dan dat mensen kunnen schrijven.

Dat je nu nog een verhaal kan lezen of luisteren van je bet, bet, bet, bet, bet, bet, bet, bet, bet, bet-in-de-overtreffende-trap grootmoeder vinden ze toch wel heel erg gek.  Owen vindt het maar goed dat iemand het boek heeft uitgevonden!

Maar dan moeten mam en Owen zwijgen. Mare vindt het vreselijk irritant als mam kwebbelt tijdens de voorstelling.  En dan heeft ze nog gelijk ook!  Ze zit er cosy bij.  Mam voelt hoe Mare mee heen en weer zit te wiebelen.   Haar blik staat voor honderd procent gericht op de kijkbuis.  Als mam vraagt of de dame en heer wat willen drinken komt er geen antwoord.  Ze gaan helemaal op in Fox en Trot die niets liever doen dan liegen, stelen en bedriegen.

Dat maakt sprookjes zo aantrekkelijk denkt mam, terwijl ze zachtjes naar de keuken hobbelt.  Je kan er zoveel fantasie in kwijt als je maar wil.  Dingen die in het echt niet kunnen spreken nu eenmaal tot de verbeelding. 

Ook wel gek is hoe de tijdsgeest een loopje neemt met vertellingen.  Neem nou Roodkapje.  Bij Charles Perrault was het gewoon een boerenmeid, maar de Gebroeders Grimm maakten er een lief klein meisje van en bij Roald Dahl wordt het een mals jong ding. 

Die avond bezorgt het boek  - Gruwelijke rijmen - ons werkelijk lachstuipen.  We fantaseren er nog veel meer gruwellijkheden bij, die niet voor herhaling vatbaar zijn.   Meneer Dahl is een meester in zijn vak, die gewoon niet te evenaren valt.  Hij is en blijft mam's grootste favoriet!  Mede dank zij zijn boeken leven sprookjes nog lang verder in menig kinderhart.

 

 

Coq sur mer

Mam zucht en ziet er erg vermoeid uit. Op het eind van de derde zware, uitputtende uitpakdag kan mam niet meer. Pap besluit de boel de boel te laten. Het is de hoogste tijd om even een frisse neus te halen. Met de benenwagen fietsen we richting zee. Het pittoreske dorpsgezicht van De Haan straalt pure romantiek uit. De Belle Epoque villaatjes ademen een echte vakantiestemming uit. Hoogbouw krijgt hier duidelijk niet veel kans.

Het is eb als we toekomen. De grijsblauwe zee rolt zich ver voor ons uit. Er is niet veel wind en de zon staat laag aan de horizon. De fietsen worden netjes geparkeerd - want die zijn verboden op de dijk. Acht trappelende kindervoetjes smeken mam en pap om sneller te stappen. Uiteindelijk zijn ze niet meer te houden.

Al gillend rennen ze het langgerekte fijnzandstrand - zonder golfbrekers - op. Met hun Ikea-schopjes scheppen Mare, Emil en Arno een grote berg van zand.

Owen wil liever de duinen in om een kamp te bouwen - samen met pap. Stoere mannendingen doen. Arme pap - heeft ie even vrij - moet ie toch weer werken. Maar deze keer vindt hij dat niet erg. Al staat hij een poosje later in z'n eentje te sjouwen met wilgentakken.

Zoonlief had namelijk besloten dat van een duinrug afrollen toch ook wel leuk was.

Mam heeft het meer voor de schelpjes. Als kind legde ze een schelpenschat aan en die traditie wordt nu voortgezet. De kids vinden ze in alle soorten: rond en spits en plat.

Een uurtje later beklimmen we onze tweewielers weer. We proberen Engeland nog te zien. Owen zag - althans volgens hemzelf - een klein ietsiepietsie stukje. Maar al de anderen zagen alleen de ferries aan de horizon met op de achtergrond een PRACHTIGE zonsondergang. De zon kleurde van flauwgeel naar oranje-roos en zakte gestaag in de zee. Met opengesperde mond staren we allen naar het eind van de dag. Pap en mam kijken elkaar breedglimlachend aan.
Onderweg zingen we - zeer cliché - Ik heb de zon zien zakken in de zeeeeee...
Als de kinders in hun bedjes liggen, kraken pap en mam een fles Rasselet Père et Fils. We klinken op de unieke charme van een jaartje vakantie in De Haan aan zee. Proost!

 

 

Schatteneiland

Met een zak vol schepjes, emmertje en figuurtjes in de ene hand en Arnootje op de arm sleept mam zich door het mullie strandzand.  Owen en Mare lopen een eindje vooruit - meteen richting duinen -  zoekend naar het ideale plekje. 

Mam voelt hoe een lichte zeebries aan haar haren trekt.  Ietwat killig is het nog, maar beschut tussen de wilgentakken van de aangelegde, natuurlijke terassen wordt het windstil en heerlijk rustig. Nog maar weinig mensen hebben de weg richting kust gevonden en wat mam betreft mag dat zo nog wel even blijven.

De zak wordt omgeschud en grijpgrage handjes graaien in de kleurige spulletjes.

Unaniem graven ze een diepe kuil, met daarnaast een grote berg zand. 

Plots - uit het niets - waait een papiertje voor Owen langs.  Hij probeert het te pakken te krijgen, maar de wind speelt een spelletje.  Uiteindelijk lukt het toch.

Ondertussen zijn we allemaal heel nieuwsgierig geworden naar wat er op dat vodje staat.  Het blijkt een liefdesbrief - geschreven in het West-Vlaams.  Mam probeert hier en daar wat voor te lezen, maar dat valt niet mee voor een Kempenaar.  De brief eindigt met 'lot of tots vo me poepiesnoepie'.  Er wordt heel wat gegniffeld en Owen ligt in een deuk!

Even kijken we rond om te zien waar het vandaan kwam en toevallig vinden we nog een stukje.  We proberen het aan elkaar te leggen, maar het middelste deel blijkt nog te missen.  

Owen komt op het idee om er een vlag van te maken.  Hij zoekt een lange stok en mam scheurt een jong twijgje van een tak.  Heel secuur prikt mam een gaatje in de brief en hijsen we de vlag.  We stampen de voet nog even keurig aan en versieren met schelpjes.  Ieder wil een andere naam voor het eiland: borabora of l'île d'amour of gewoon schatteneiland.  

Bij een pas veroverd eiland hoort natuurlijk ook een krijgersdans.  De schoenen en sokken gaan uit - ook al voelt dat nog koud.  Mam en Owen verzinnen een deuntje waarop we enkele gekke passen uitvoeren.  Dat zag er niet slecht uit.  We doen het overnieuw en verzinnen er steeds een stuk bij.  Met oerkreten erbij wanen we ons echte overwinnaars en dansen met z'n allen - ook Emil - de schatteneilanddans. Wat wel iets weg heeft van een Maoridans of een Afrikaanse inboorlingenstam.  Het voelt goed en puur, maar gelukkig zijn er nog niet veel mensen op het strand!

 

 

Poekelpiste

Iedere middag staat mam in de keuken een fris slaatje te bereiden. Daar hoort steevast een dikke, bruine boterham met goudgele kaas bij. Arno krijgt voor het eerst zo'n flubberig plakje in zijn handjes geduwd. Nadat het kaasje van alle kanten werd bekeken, neemt hij voorzichtig een klein hapje. Mjam, hij neemt nog één en nog één. Blijkbaar vindt ie het lekker. Mam en co kijken geamuseerd toe. Eigenlijk is het raar spul. Owen vraagt zich af wie kaas heeft uitgevonden en is verbaasd over mam's antwoord. Niemand heeft kaas uitgevonden. Kaas is toevallig ontstaan, door een ongelukje. Iemand knoeide toevallig stremsel in een emmer melk. Omdat het lekker bleek te zijn bestaat het nu nog steeds.
Met de evolutie werkt het net zo. Evolutie is een dom-niet-nadenkend proces. Dieren en planten zijn toevallige probeersels die overleven als ze blijken te werken. Dat weet hij van z'n nieuwe spel 'Spore'.
Het simulatiespel is voor mam's aardwezentjes al maandenlang een ultieme uitdaging. Het spel zet aan tot creatief gedrag. Met spore kun je je eigen levensvorm creëren. Je begint als ééncellige. Je moet voedsel bemachtigen en je natuurlijke vijanden ontwijken. Doorheen de eeuwen ontwikkelt je diersoort zich tot enorm hoge vormen van beschaving. Het spel reikt daarvoor een oneindige waaier van creatieve hulpmiddelen aan. Elk aspect van die maatschappij heb je zelf in de hand en beheers je. Nog weer later kun je ruimteschepen bouwen en andere planeten verkennen en zo je eigen universum bouwen.

Het duurt niet lang voor iemand met een heel lief stemmetje komt vragen of die alsjeblieieieieft spore mag spelen. Mam knuffelt haar oudste zoon en stemt toe. Ergens in de verte hoort mam nog dank-je-wel en dan zit hij urenlang niet meer op deze planeet. Deze gamerd voelt zich even helemaal goddelijk.

Mam begint dan maar aan de tomatensoep mee-zonder-balletjes. Arnootje op het aanrecht met aan de ene kant de snijplank en aan de andere een pan. Mam snijdt de ajuin in kleine stukjes en krijgt meteen prikkende waterogen. Daarom mag hij de kraan even opdraaien. Zijn beentjes krullen zich op, z'n schoudertjes gaan omhoog en de ondeugd druipt eraf. Water is toch zo magisch! De worteltjes, de vuurrode-om-in-te-bijten-tomaten, het stukje prei en de selder worden allemaal door het kleine ventje gretig geproefd. Emil mag mam helpen met het vuur aan te draaien. Dan voelt hij zich een heel-klein-beetje-groter-dan-2. Een litertje water en een paar schepjes bouillon later ruikt de kamer heerlijk naar pruttelende groentjes.

Het universum lijkt soms ook op een grote pan soep op het toevallig nog brandende fornuis van een vergeten berghut. Er gebeurt van alles in de pan; een worteltje drijft naar links een stukje tomaat borrelt naar rechts. Allemaal zonder enige bedoeling. Zo is het ook met het leven. Eèn pan soep, een poekelpiste.
Niets duidt erop dat het leven ontstaan is met een reden. Maar het leven zelf kan wel een doel hebben. Al weet mam nog niet helemaal welk...
 
 
De ondergrondse jungle van Parijs
Die ochtend staan we heel vroeg op.  We springen bijna letterlijk in onze nog-koude-kleren en graaien wat bruin brood, sap en koekjes mee voor onderweg.  Nog pikdonker en met een heldere sterrenhemel boven ons vertrekken we naar het land van de o-zo-overheelijke-croissants.
Emil, die treinengek is kan onderweg z'n hart ophalen.  Hij ziet de TGV, de Eurostar en de Thalys    Zijn oogjes glunderen.  Zijn gezichtje straalt.  Iedere tunnel wordt luidkeels aangekondigd en met grote, rondkijkende ogen ingereden.  Zijn armpjes zwaaien de lucht in en met z'n beentjes opgetrokken krijst hij een vreugdegilletje.  De weg heen lijkt voor hem al leuk genoeg, misschien zelfs leuker dan de cross-city-tour door het hectische Parijs.
 
Pap zet ons af aan een metrostationnetje in joost-mag-weten-waar.  Bezorgd als hij is koopt hij ons genoeg metrokaarjtes en zoekt nog even uit welke lijn we moeten hebben.  Maar dan moet pap echt gaan - de plicht roept.
Met twee kinderwagens: een gewone en één dubbele, 4 kinderen, 2 tassen en de metrokaartjes in de hand gooit mam zich in de ondergrondse jungle van Parijs.  We nemen de ene na de andere trap.  De Parijzenaars zijn zo attent.  Mam hoeft niet één keer om hulp te vragen of zelfs maar één minuutje te wachten.  Ze kijken je amper aan en veel praten doen ze niet, maar ze helpen je wel gewoon.  Een korte merci beaucoup volstaat. 
Mam mist niet één keer.  Iedere keer komen we bij de juiste halte aan.  Spannend en zelfs eng zijn toch wel de instap-momenten.  Als de metro aankomt en de deuren gaan open heeft mam amper 1minuutje om kinderwagens en kinders in een veel te volle metro te proppen.  De deuren sluiten onverbiddelijk.  Eén enkele keer past het gewoon echt niet en moet mam twee kinders verderop laten instappen.  De bel gaat, de metro vertrekt, maar waar zijn Emil en Mare?  Mam schreeuwt over het ganse metrostel.  Algauw klinkt er gepiep en ziet mam de twee vermistte kinderhoofdjes tussen de massa.  Ze raken niet tot bij mam, maar een vriendelijk dame staat haar plaatsje af, zodat ze vlak bij mam kunnen zitten.  Mam heeft het bloedheet en een hoofd als een ontplofte tomaat.  Het werd toch even té.    
 
We stappen uit in Etoile.  Mam kijkt rond en is totaal gedesoriënteerd.  Daar staan we dan in het hart van Parijs en geen idee welke kant we op moeten.  Puur op het gevoel besluiten we in noordelijke richting te wandelen.  Dan opeens herkent mam het weer.  Ze blijft even stilstaan en richt haar blik op een klein hotelletje met een jaren-stilletjes-uithangbord.  Daar logeerden pap en mam een keer - nog voor er aardmannetjes rondliepen - en vierden er oud op nieuw.  De Champs-Elysée was toen verkeersvrij gemaakt. Maar het was er nog drukker en chaotischer dan anders - en overal knallend vuurwerk.  Hmm... maar ze hadden er wel een charmante lift - zo eentje met rode velourse bekleding en net groot genoeg voor z'n tweetjes.  Toen nog erg romantisch, nu zouden we er voor geen meter meer in passen met ons gezin.
De kindjes luisteren met gespitste oren.  Ze houden wel van die verhalen uit lang vervlogen tijden.  
 
Goedgeluimd en vol energie stapt mam verder.  Mare krijgt het stadsplan in haar handen geduwd.  Mam legt kort uit waar we nu zijn en waar we graag naar toe willen.  En Mare doet de rest - vol passie - als een ervaren gids. 
 
We komen uit op place d'Alma.  Dat doet ons even denken aan een ander thuisonderwijs-gezin en daarom neemt mam een foto van het naamplaatje.
En dan, na nog slechts een paar stappen zien we eindelijk de Eiffeltoren.  De kinderen gaan zo uit hun dak, dat de toevallige voorbijgangers blijven stilstaan en opkijken.  Mam glundert en doet vrolijk mee - terwijl we ondertussen de Seine oversteken. Vroeger was deze rivier de slagader van Parijs.  Het water stond toen laag, het was vervuild en de oevers waren niet versterkt.  De Parijzenaars baadden er, lieten er hun paarden drinken, deden er de was en werkten er in de industrie.  Industrie is er gelukkig al lang niet meer. Nu zie je er vooral toeristen in afgrijselijk, kale, lelijke toeristenboten.
 
We kuieren nog wat verder en komen aan bij de trots van Parijs.  Owen kijkt z'n ogen uit en herkent allemaal driehoeken in de ijzerarchitectuur.  Dat is het stevigste weet hij - altijd driehoeken gebruiken.
De Eiffeltoren is in honderd jaar door niet minder dan 120 miljoen mensen bezocht.  Het is er duidelijk aan te zien.  Mam ziet hoe lang de rij wachtenden is en schrapt meteen een mogelijke klim naar de top.
Mam wringt zichzelf met kinderwagens door de massa.  Wel twee keer worden we gefotografeerd door een groepje Chinezen, die een moeder met vier kinderen toch wel erg bijzonder vinden.  We laten het gewoon over ons heen komen, maar als er nog meer aan komen lopen, bedankt mam en stapt door. Raar volkje die Chinezen! 
Vlakbij mogen de kindjes even spelen op een dof-groen-grastapijt.  Owen zoekt wat keitjes en een stokje bijeen.  Hij haalt z'n zakdoek boven en bouwt zo z'n eigen mini-Eiffeltoren.  Mam voelt zich trots op haar zoon en vraagt zich af waarom er thuis zoveel plastic en gekunseld speelgoed staat?! 
 
Een uurtje later is pap klaar met werken en duiken we met z'n allen weer de metro in - op weg naar Montmartre. Dit pleintje is het domein van restauranthouders en schilders die proberen werk van kwaliteit te verkopen.   Wat een charme heeft dit oude dorpspleintje!  Raar dat hier ooit de galg en de schandpaal van de abdij stonden.  Owen en Mare slenteren beduusd langs de vele kunstenaars.  Ze zijn diep onder de indruk!  Bij eentje - die nog zuiver tekent met houtskool en potlood blijven we wat langer staan.  Ons mannetje kijkt naar iedere beweging en neemt alles in zich op.  Owen heeft het tekenen ook in de vingers en nog liever dan speelgoed of wat dan ook, wou hij zijn gespaarde zakgeld besteden aan een portret gekocht op Montmartre.  Dus dat doen we.
Met  de Arc-de-Triomphe onder de arm keren we huiswaarts. 
 
Nous aimons Paris.  Au revoir et merci beacoup!
 
 
Het winkeltje
Mam weet niet zo goed wat ze aan moet met het wiegje waarvan inmiddels de poten wat korter zijn gezaagd.  Ten tijde dat Mare al op vijf maanden konden zitten en zich op zeven maanden recht trok stond het wiegje met hoge poten nog bij oma in de woonkamer.  Mam vond het doodeng om te zien hoe Mare stond te huppen in het hoge ding, dus werd beslist de poten flink in te korten.  
Ondertussen werd het wiegje telkens mee verhuisd, maar nooit meer gebruikt.  Dus vraagt mam zich af of we het niet beter weggooien?
Mam draait het spijlending op z'n kant en bekijkt het vanop een afstandje.
Ziet er best wel... Mam houdt de lattenbodem even schuin.  Legt het matrasje bovenop.  Ja, perfect!  Met een likelstje verf en een kanten lapje ziet het er precies zo uit als mam zou willen. Niemand merkt dat het ooit een babyslaper was.  Het winkeltje is geboren.
Mare vult de twee helften van de kokosnoten met één en twee centjes.  Die muntjes zijn bestemd voor de klanten.  Zo hoeven de jongens geen portemoneetje mee te zeulen.  Het duurt altijd ontzettend lang voor ze daaruit een muntje hebben gepeuterd.  Mare's geduld is ook niet eindeloos. 
De kassa wordt aan de ene kant geïnstalleerd, de koopwaar aan de andere kant.  Allerlei soorten kleurig versierde gebakjes en boeken worden uitgestald.  De jongens krijgen nog snel een tas in hun handen geduwd, als de winkeljuffrouw duidelijk laat merken dat het winkeltje klaar is voor de grote opening.  Onder luid geroep van de winkelier komen de klanten toegestormd.   Alleen Emil heeft wel zin in een lekker gebakje met chocolade en slagroom.  Arno druipt algauw weer af.  Hij heeft meer zin in de lego-autobaan die mam op de tafel in mekaar heeft geknutseld.
Mam oppert dat de koopwaar misschien moet worden aangepast.  Mare denkt even diep na en graait dan de bak met autootjes onder de jongens hun neus vandaan.  Als ze autootjes willen moeten ze die komen kopen.  Opdracht geslaagd.  Alsof ze op een veiling zitten wordt er geboden op de mooiste, grootste en dus ook duurste auto.  De jongens zijn wild enthousiast.  Hebben pretoogjes in hun snoetje en laten geregeld een vreugdegilletje horen.  
De hele verdere namiddag spelen de aardmannetjes met het winkeltje dat die ochtend nog een oud afgedankt wiegje was, waar niemand meer naar om keek.  Dat ergens diep verscholen stond op een stoffige zolderkamer.  Mam blies het oude ding nieuw leven in. 
De aardmannetjes leefden zich heel de middag uit in het autowinkeltje!
  
 
 

 

 

 

 

 

 

 

Buitenspeelactiviteiten

 

  • Naar het speelbos
  • Stok en Stokkie wedstrijdje houden
  • In mam's armen rennen en rondjes draaien
  • Ganzen opwachten in het voorjaar
  • Kamp bouwen
  • Van een duinrug afrollen 
  • Schatteneiland bouwen
  • In en rond een klimboom spelen

 

 

 

Binnenspeelactiviteiten

 

  • Playmobil, duplo, lego
  • Kamp bouwen
  • Koken etentje
  • Anna Maria Koekoek
  • Doktertje spelen
  • Fotoboeken bekijken
  • Kiekeboe spelen achter het gordijn
  • Samen zingen en dansen
  • Winkeltje spelen

 

 

 

Doedingetjes

 

  • De slakkenbak
  • De schelpenschat
  • Pissenbedden-huisje maken van een aardappel
  • Openen van denappel bekijken
  • Verenverzameling aanleggen
  • Eikenboom planten
  • Vlinders kweken - eitjes te bestellen via internet
  • Mierengangen bekijken
  • Fossiel maken met gips
  • Championnen kweken

 

 

 

Constructiespeelgoed

 

  • Treinspoor bouwen duplo
  • K'nex kids
  • Knikkerbaan van Haba
  • Kapla houten plankjes
  • Dominostenen
  • Houten blokken
  • Lego
  • Magnetix

 

 

 

 

 

 

Bollebozen.be © 2009

 

Owen, Mare, Emil, Arno en Nell zijn aardwezentjes die net ietsie anders zijn dan gewone mensjes. Klijnsma's wonen midden in het groen, aan de rand van de weiden. Ze trekken dan ook vaak de laarzen aan om holderdebolder de natuur in te trekken. Dat is boeiend en fantastisch. Klijnsma's zijn erg 'leergierig'. Ze willen graag alles weten over het getal pi. En vaak zitten ze lekker te gnoezelen of het heelal uit te spitten...

Huisonderwijs met vijf hoogbegaafde kinderen