Als aardmannetjes de volgende morgen wakker worden, rennen ze holderdebolder die trap af. En met een zwiep gaat de deur open. Het licht wordt aangeknipt. Auw, dat doet pijn aan je ogen...
Aardmannetjes kunnen hun blijdschap niet op! Emil roept 'Wa klaas nu?'. Alsof hij Sinterklaas in hoogst eigen persoon dacht aan te treffen. 'Sinteklaas dootjes bjacht'. 'Joepie jee, joepie jee, he he!' Een vreugdedansje volgt...
Al het speelgoed wordt aandachtig bekeken tot in het kleinste detail. Dan worden de dozen met playmobil, lego en duplo aan flarden gescheurd. Terwijl papa en mama genieten van een kop thee en die heerlijk uitgelaten gezichtjes, kan het bouwen beginnen. Wat gezellig die Sinterklaaskoorts!
Pap was al heel vroeg in de ochtend per taxi vertrokken richting vliegveld. Als manlief op zakenreis is, belooft het altijd een drukke week te worden. Dan krijgt mam de ik-voel-me-super-verantwoordelijkheids-koorts. Zo gaat dat iedere keer.
Aan de ontbijttafel zat mam al volop te denken wat aardmannetjes die dag gingen doen. Deze keer mocht mam ook niet vergeten het vuilnis op tijd voor te zetten, wat anders een taak is van pap. Mam was druk in de weer met de kleintjes. En Mare bleef treuzelen met haar ontbijt. Het aardmannetje zag een beetje bleekjes en at niet. Tenslotte nam ze toch maar wat hapjes van haar boterham met pindakaas en kruimeltjes. Ach ja, gebeurt wel meer. En soms heb je nou eenmaal gewoon niet zo'n trek.
De hele dag werkten de aardwezentjes hard. Soms zaten ze in het speelschuurtje. Dan weer aan de tafel te tekenen en na te denken. Af en toe stuiterde er een bal door de kamer. Hier en daar werd wat goede raad gegeven bij het oplossen van een moeilijke puzzel. Tennisles nummer 10 werd gevolgd, waarbij onze zoon trots was op het behalen van de rode band. Owen en Mare speelden nog een damspel. Aardmannetjes vinden steeds nieuwe spelregels uit, zodat ze er zeker van zijn dat zijzelf de winnaar zijn. Want dat is toch de bedoeling van het spel. (Verliezen is niet de sterkste kant van aardwezentjes.) Nu ja, de dag vloog voorbij.
Aardmannetjes eenmaal in bed en mam met de voeten op de bank, hoorde mam een zacht gekreun vanuit een slaapkamer komen. Op muizenvoetjes even kijken wat er aan de hand was. Nog voor Mare ook maar iets kon zeggen, zat het hele bed onder de spuug. Het was een waterval van halfverteerde etensresten, waar geen eind aan leek te komen. Het stonk verschrikkelijk naar zuur, rottend fruit. Gauw knipte mam het nachtlampje aan. In bed zat een klein arm drommeltje, kletsnat en bibberend van de kou. Dus ging mam aan de sop.
Die week kampte de een na de ander met het virus dat ons lelijk in de greep leek te hebben. Staaaapels was, poets- en strijkwerk, ettelijke deciliters dettol en 4 verschillende soorten motilium was waar het gezin op draaide. Slapeloze nacht na slapeloze nacht gingen tergend langzaam voorbij.
Heus gekkenwerk! En hartverscheurend om die zielige, bleke toetjes te zien!
Op de laatste spuugdag liet mam zich neerploffen op een stoel. nam een kop koffie en bladerde even door de krant. Maar al gauw had mam een gesprek met SaraTerusta...
En dan alsof er geen vuiltje aan de lucht was, kwam die pap weer thuis. Eindelijk! Aardmannetjes hadden het gered.
De belegering
Mam besloot de zetels met de rug naar elkaar te draaien. Met een grote zwaai gooide ze er het- dat-ons-'s avonds-altijd-lekker-warm-houdt-deken er overheen. Arno kroop er meteen onder. Het was gelijk dolle pret. Owen kwam aanzetten met nog meer dekens en stoelen. Er werd aardig gebouwd en verbouwd. Aan de zijkant van het kamp werd een regenboogkleurige vissenvlag gestoken.
Mare sprokkelde meteen al haar lievelingspulletjes bij elkaar. Een porseleinen servies, wat speelgoedeten, en een paar kussens om op te zitten, werden de tent in gesleurd. Buiten de kampeerplaats werd een campingvuurtje geïnstalleerd met een tafeltje en 2 stoeltjes. De 2 jongsten werden gebombardeerd tot kok. Er werden torentjes gemaakt van kopjes. Mam dronk de lekkerste thee van de wereld. En de 2 oudsten werden op hun wenken bediend, terwijl ze languit op de kussens lagen.
Het riep heel wat jeugdherinneringen op en mijmerend kijkt mam naar haar kroost.
(Vroeger waren we ook steeds met 4 op pad - het liefst van al in de groententuin van 'onze va'. Oh jee als die er achter kwam, dan zwaaide er wat...)
Plots breekt er een woelige strijd los en ben meteen terug op aarde. Ze willen de jonkvrouw, die opgesloten zat in de torenkamer, ontvoeren. Ridders vechten en tieren. De dame in nood krijst het uit!
De belegering duurt eindeloos lang. Als het gevecht in volle actie is, besluit ridder Emil de wankele toren (zeteltje) te beklimmen. Die valt loeihard op de voet van ridder Owen. Deze kermt het uit van de pijn. De vrouw des huizes moet een reddingsoperatie uitvoeren om ridder Emil omhoog te hijsenvanop de ingestorte toren, om daarna ridder Owen vanonder het puin te halen. Met de voet blijkt gelukkig niets aan de hand. Maar het campingkasteel is totaal vernield en lijkt nu meer op een ruïne. Het ziet er griezelig uit.
Er zaten spoken in de kelder en die zijn nu wakker geschud. De hartjes bonzen in hun keel.
Owen en Mare kruipen ieder onder een deken. OEOEHOEOE! SPOKEN!
Emil giert het uit en rent als een dolle stier de kamer rond. Owen en Mare spelen hun rol geweldig.
Tijdens het spookavontuur gaat de bel. De postbode staat met een klein, bruin pakje aan de deur. Nieuwsgierig als ze zijn duurt het niet lang voor de inhoud gekend is. Het fantastische boek van Norton Juster zit er in. Daar zaten we al een tijdje op te wachten. We zetten ons op de mat en nestelen ons met onze rug tegen de zetel. Alleen al de omslag van het boek spreekt aan om te gaan lezen. Meteen beginnen we: Owen en mam. Wel nog moeilijk -want het is de Engelse versie- maar het vlot al aardig. Algauw zit iedereen met een boekje in de hand. Terwijl mam voorleest, luistert ze naar de stilte na de storm. Even een genietmoment: de rust is weergekeeren wij daar niet bij.
Mam besloot de zetels met de rug naar elkaar te draaien. Met een grote zwaai gooide ze er het- dat-ons-'s avonds-altijd-lekker-warm-houdt-deken er overheen. Arno kroop er meteen onder. Het was gelijk dolle pret. Owen kwam aanzetten met nog meer dekens en stoelen. Er werd aardig gebouwd en verbouwd. Aan de zijkant van het kamp werd een regenboogkleurige vissenvlag gestoken.
Mare sprokkelde meteen al haar lievelingspulletjes bij elkaar. Een porseleinen servies, wat speelgoedeten, en een paar kussens om op te zitten, werden de tent in gesleurd. Buiten de kampeerplaats werd een campingvuurtje geïnstalleerd met een tafeltje en 2 stoeltjes. De 2 jongsten werden gebombardeerd tot kok. Er werden torentjes gemaakt van kopjes. Mam dronk de lekkerste thee van de wereld. En de 2 oudsten werden op hun wenken bediend, terwijl ze languit op de kussens lagen.
Het riep heel wat jeugdherinneringen op en mijmerend kijkt mam naar haar kroost.
(Vroeger waren we ook steeds met 4 op pad - het liefst van al in de groententuin van 'onze va'. Oh jee als die er achter kwam, dan zwaaide er wat...)
Plots breekt er een woelige strijd los en ben meteen terug op aarde. Ze willen de jonkvrouw, die opgesloten zat in de torenkamer, ontvoeren. Ridders vechten en tieren. De dame in nood krijst het uit!
De belegering duurt eindeloos lang. Als het gevecht in volle actie is, besluit ridder Emil de wankele toren (zeteltje) te beklimmen. Die valt loeihard op de voet van ridder Owen. Deze kermt het uit van de pijn. De vrouw des huizes moet een reddingsoperatie uitvoeren om ridder Emil omhoog te hijsenvanop de ingestorte toren, om daarna ridder Owen vanonder het puin te halen. Met de voet blijkt gelukkig niets aan de hand. Maar het campingkasteel is totaal vernield en lijkt nu meer op een ruïne. Het ziet er griezelig uit.
De telduivel
Met mam's ogen nog op half zeven strompelen we met z'n allen naar beneden. Nog niet eens halfweg komt de zo prangende vraag van onze oudste (die mocht hij de avond ervoor niet meer stellen): 'Is een getal hetzelfde als een cijfer?' Stellig antwoord ik dat een getal wel uit cijfers bestaat, maar cijfers dus geen getallen zijn. Daarmee denk ik goed te hebben geantwoord, maar niks hoor! Hoe zit dat dan met oneindig en het getal Pi?
Tijdens het ontbijt wordt er nog duchtig gepraat over getallen. We zoeken het grootste getal dat we kennen (buiten oneindig). En geef hen even wat stof om hun hersenen mee te pijnigen: 'Hoe kan je vertellen hoe oud je bent zonder dat je cijfers gebruikt?' Daar zijn ze even zoet mee...
De gekste manieren worden bedacht, maar tot de oplossing komen ze niet vanzelf.
We gaan met z'n allen gezellig op de mat zitten. Een verhaal over een boer en een herder die steeds ruzie kregen over hoeveel schapen ze hadden wordt verteld. De boer kreeg het schitterende idee om steentjes te gebruiken: voor ieder schaap 1 steentje. In het land van Elam vonden ze dat gedoe met die steentjes niet zo handig. Dus gingen ze stenen van klei maken. Een kegel is 1, een knikker is 10, een grote kegel is 60 enz.
De doos met klei wordt uit de kast gehaald en Owen probeert het getal 100000 te leggen. Dit was een hele moeilijke opgave, want we deden alles uit het hoofd. (En dat wil dus niet altijd even goed lukken, helaas!)
Onze zoon troost zich met de gedachte dat vele wiskundigen niet zo goed zijn in rekenen. Bovendien vindt hij het zonde van zijn tijd. Daar heb je toch een zakjapannertje voor?
Maar over wiskunde (en geen rekenen) praat hij net zo makkelijk als over spore of fietsen. Hij vindt het doodeenvoudig!
Mare krijgt een leuke opdracht met knikkers. Ik wil wel eens weten tot hoever ze al kan tellen?
Het gaat behoorlijk vlot voor een meid van 5. Wel merk ik op dat ze erg onzeker is en vaak om bevestiging vraagt. Misschien moet ik haar wat extra complimentjes geven? Of moet ik haar leren dat je in het leven fouten mag maken? Niet alles hoeft perfect. Het zet m'n hersens aan het denken...
Ondertussen komt Emil aangesjokt met z'n nieuwe boek. 'Emilezeleze'. Mama neemt hem even op schoot. We bladeren door het boek, terwijl onze kletsmajoor overal uitleg bij geeft.
Vooral het cijfer 1 vindt hij boeiend. Laatst stonden we bij de apotheek in de rij aan te schuiven. Er staat een tafeltje met speelgoed, waar de meeste kindjes meteen naartoe rennen, maar hij niet. Emil gluurt de ganse ruimte af om te kijken of hij het cijfer 1 kan vinden. Dat laat hij dan ook luidkeels en vrolijk merken: één, één, één. Hij gaat net zolang door tot je het herhaalt. Heel trots doet hij dan zijn handen op z'n rug en wipt heen en weer op de tippen van zijn tenen. Hij kijkt je dan breed glimlachend aan. Knap hoor, Emil!
Na het boekje lezen geef ik hem magneetcijfers. Hij is geamuseerd door het opplakken en weer af de koelkast halen.
Mare en Owen's honger naar getallen is nog steeds niet gestild. Ik besluit naar de bib te rijden en een boek te halen waarvan ik het bestaan al langer afweet: 'de telduivel'. Tijdens de terugrit vallen de kleintjes in de auto in slaap. Op muizenvoetjes worden ze naar boven gedragen. Ze slapen lekker verder...
Meteen wordt het boek in mijn handen geduwd. Mam gaan we alsjeblieeeeeeeeeeft lezen?
Samen nestelen we ons in de zetel, lekker dicht tegen elkaar aan. Ik sla m'n arm om Mare heen en begin bij de eerste nacht. Hun ogen glinsteren. Ze genieten hier duidelijk van!
Sinds de telduivel bij ons in huis woont, wordt er flink wat afgehupt (kwadrateren) en radijzen (wortels) getrokken.
Verder moet ik te pas en te onpas vijf wamm(faculteit) berekenen. Dan straalt Owen zijn hele gezicht en zie je hem gniffelen als ik wat lang moet nadenken.
En dan te bedenken dat deze kerel op school in slaap viel op de mat en nu de grootste lol heeft met wiskunde!
's Avonds kijk ik vaak even naar het boek en word dan even helemaal stil.
Ik ben de telduivel erg dankbaar!
Klatsch!
Traditioneel worden op 1 januari de spaarpotten geleegd. De buit van het afgelopen jaar wordt geteld (en geteld en geteld en opnieuw geteld door onze oudste zoon). Dan volgt de hamvraag: 'Wat wil je er graag van kopen?'. Owen is snel klaar. Hij zit al een hele tijd ongeduldig te wachten op een uitbreidingset voor de knikkerbaan. Maar onze dochter is andere koek. Eerst ook maar een uitbreiding van de knikkerbaan, dan een microgolfoven, vervolgens paardrijlaarzen en zo gaat dat nog wel een poosje verder.
Mam besluit om naar de allemooiste speelgoedwinkel van de streek te rijden 'Het Kadulleke'. De auto wordt geparkeerd voor de vitrine. Meteen komen er oh's en ah's. Hun ogen zijn zo groot als schoteltjes. Ze zijn meteen betoverd. Al die mooie kleuren, dat prachtige speelgoed en die vrolijke muziek... Uitgelaten word ik van het ene speeltje naar het andere getrokken.
Emil en Arno hebben algauw de hoek met de elektrische trein gevonden. Owen ontdekt een opstelling van de HABA knikkerbaan. Precies wat hij zocht. Maar waar is Mare. Mam ziet haar kleine meisje met een beteuterd gezicht de winkel afsjokken. Zoals gewoonlijk vindt ze niks 'echt' leuk. Samen overlopen we de mogelijk interessante dingen, maar niks schijnt haar te boeien. Net als we besluiten om er nog eens een nachtje over na te denken, ziet ze in haar ooghoeken een grote, stoffen jaarkalender hangen. Eéntje met een schuifmaatje voor de dagen van de week en allerlei plaketiketjes. Haar ogen fonkelen. Die wil ze graag hebben.
We rekenen af aan de kassa. Nog even een glimp van de mooie vitrine en we rijden weer huiswaarts.
Uren speelplezier later zet mam een doos op tafel die ze stiekem had gekocht. Zoals je weet zijn aardmannetjes heel nieuwsgierig. Klatsch! staat er op de doos. Als ik het deksel eraf haal en hun een vliegenmepper in hun handen stop klinkt er gegniffel. Hun pretoogjes stralen. De tien bijhorende vliegen worden op tafel gelegd. Hun aandacht heb ik alvast!
Mare mag een bloem uitzoeken waarmee we ons eerste potje zullen spelen. Ze kiest het kaartje met de 10. Daarna wordt er beurtelings gedobbeld. Het gegooide getal moet met de bloem vermenigvuldigd worden.
Wanneer iedereen tegelijk probeert om op de vlieg met de juiste uitkomst te meppen, gaat het er wild aan toe! Hun wangen beginnen te gloeien. Er wordt heel wat af gemept.
Helaas gaat het al snel over vals spel, niet eerlijk en doe niet meer mee! Boos vliegt de mepper op de grond en stampvoetend vertrekt een aardmannetje naar boven. De deur bleef gelukkig nog net in zijn hengsels hangen. Dus mam op zoek naar grumpie aardwezentje...
Onder het bed ligt een betraand gezicht van een meisje dat nog nooit heeft verloren bij een spelletje. Van een meisje dat meestal 100 % alles juist heeft. En dat nu niet weet hoe ze daar mee om moet gaan. Heel erg zielig!! Maar na een dikke knuffel en een gesprekje van moeder tot dochter (waarbij oneindig keer wordt herhaald dat verliezen niet erg is) wil ze weer mee doen!
Bij het tweede potje hebben we reuzelol. Mare wordt in één klap tot meester in de tafels benoemd!
Met onze zoon spelen we morgen de profvariant. Alle 42 vliegen worden dan op de tafel gelegd. Met beide dobbelstenen zal gegooid worden: de twee gegooide getallen worden met elkaar vermenigvuldigd! Hij nam deze uitdaging aan. Misschien gaat hij morgen als vermenigvuldigingsgenie de vlieggeschiedenis in?
's Avonds als de kinders in bed liggen, worden er tot diep in de nacht laaaaange gesprekken gevoerd over spellen, leren omgaan met verliezen en faalangst.
Over de tafels van 1 - 10 kan veel gezegd worden, maar dat ze saai zijn is vliegenkul! Bzzzzz...
De kindjes Klijnsma daarentegen zijn springlevend. Ze kunnen geen minuut stilzitten.
Het bewegingstussendoortje op hun contractwerk van deze week blijkt een schot in de roos te zijn: Anna Maria Koekoek. Ook de kleine Arno speelt al duchtig mee, klopt op de muur en brabbelt a a oeoe. Pretoogjes heeft ie en 3 tanden worden bloot gelachen.
Gek als ze zijn op woordspelletjes verandert het al snel in AnnieMiraia Koekoek en daarna Marc de Bel Boeboek of nog gekker KoekieMiranieAnna. Brullen, gieren en lachen geblazen...
Emil kijkt echter vreemd op. Hij denkt dat Owenz'n tong in de knoop zit. Zonder blikken of blozen haalt hij de stethoscoop boven, waar hij al dagen mee rond zeult. Dokte Emi, Owe, dokte Emi, schreeuwt hij luidkeels. Niemand ontsnapt eraan. Iedereen wordt nauwkeurig onderzocht en bediend van de meest vieze medicijnen. Ook ga je verplicht aan het aërosol-toestel (coccocinel genaamd). En als hij het ene kwaaltje heeft behandeld, krijg je plotsklaps wel weer een ander mankement. Zoals zere knieën - waar eerst lekker hard op geklopt wordt met een hoe-heet-zo'n-ding eigenlijk - reflexhamer. Met het juiste zalfje - lekker ver uitsmeren - en een verband wordt er verwacht dat je dan ook zo snel als het mankement zich voordeed weer helemaal de oude bent.
We hijsen ons in de warmste kleding die we maar kunnen vinden. Mutsen, sjaals, wanten en dikke sneeuwlaarzen beschermen ons tegen de toch wel gure wind. In Noorwegen kennen ze een spreekwoord dat zegt: 'Slecht weer bestaat niet, alleen slechte kleding'.
Owen en Mare zijn superenthousiast om hun nieuwe fietsen nog eens uit te kunnen testen. De route is ook snel bepaald: langs het treinspoor, want dat vindt Emil de max.
Anderhalf uur fietsen we de benen uit ons lijf. De wind waait zachtjes langs onze wangen en tovert er rode cirkeltjes op. De adrenaline raast door ons lichaam. Emil wacht ondertussen geduldig tot er een dubbeldektrein in volle vaart langs komt rijden. Maar die zien we helaas niet. Zeker nog een kilometer nadat we het fietspad naast het spoor verlieten zegt ons kleine mannetje: 'O, wajamme nou!'. Na de laatste heuvel, komen we helemaal lam gereden weer thuis aan: moe, maar voldaan.
Kaatje wordt opgezet en de aardmannetjes smikkelen een bakje druiven naar binnen. Minstens een kwartier zitten ze helemaal stil. Mam kijkt naar de gezonde blos op hun wangen en hun tevreden toetjes.
Het was een goed idee om te gaan fietsen. Weg winterprik!
We krijgen een opgewonden oma aan de lijn, die net weer oma is gewoorden. Het kleine hummeltje krijgt de naam Noor Louise. Daar zaten mam en haar gnoezels al zo lang op te wachten. Aan deze zwangerschap leek maar geen einde te komen.
We zijn best in een euforische stemming. De geboorte van een baby haalt altijd roze-wolk herinneringen naar boven.
Mam herinnert zich nog goed de komst van haar aardmannetjes. Hoe wijs ze meteen uit hun ogen keken, alsof ze al enkele maanden oud waren en mam zich afvroeg of ze te lang in de buik hadden gewoond? Hoe handig ze van dag één al waren. Hoe snel ze konden zitten. Amper vijf maanden oud zaten ze stevig rechtop. Met vijfenhalf zaten ze voor op de fiets. Al even snel liepen ze door het huis - allen ruim voor hun eerste verjaardag. Het samen kiekeboe spelen achter oma's gordijn. Voor het eerst ijsjes likken.
Nee, van toen af werden de dagen veel vrolijker. Het stille huis werd er eentje vol leven. Iedere morgen werd je gewekt door Owen die in je ogen priemde, of Mare die in je tepel kneep, of Emil die aan je oren hing te frunniken. En nu dus door Arno die koosjes verhaaltjes ligt te brabbelen. Er zijn nog wel eens ochtenden waarop je liever de deken over je hoofd trekt om je nog even te verbergen voor de wereld, maar ze zijn zeldzaam.
Mam haalt stapels fotoboeken boven. Die zaten ondertussen ver achter in de kast. Met elk een boek is het een gekwek, gegiebel door elkaar. Grappig die foto waarop Owen vol chocomousse hangt. Ach kijk... Mare met haar roze jurkje, zittend in het felgroene gras. Emil was zo'n lekker spekkie - om in te bijten. Arno is gewoon nog onze Arno. Mam wordt er zowaar nostalgisch van. Elkeen krijgt een stevige buffel-knuffel.
Met de evolutie werkt het net zo. Evolutie is een dom-niet-nadenkend proces. Dieren en planten zijn toevallige probeersels die overleven als ze blijken te werken. Dat weet hij van z'n nieuwe spel 'Spore'.
Het simulatiespel is voor mam's aardwezentjes al maandenlang een ultieme uitdaging. Het spel zet aan tot creatief gedrag. Met spore kun je je eigen levensvorm creëren. Je begint als ééncellige. Je moet voedsel bemachtigen en je natuurlijke vijanden ontwijken. Doorheen de eeuwen ontwikkelt je diersoort zich tot enorm hoge vormen van beschaving. Het spel reikt daarvoor een oneindige waaier van creatieve hulpmiddelen aan. Elk aspect van die maatschappij heb je zelf in de hand en beheers je. Nog weer later kun je ruimteschepen bouwen en andere planeten verkennen en zo je eigen universum bouwen.
Het duurt niet lang voor iemand met een heel lief stemmetje komt vragen of die alsjeblieieieieft spore mag spelen. Mam knuffelt haar oudste zoon en stemt toe. Ergens in de verte hoort mam nog dank-je-wel en dan zit hij urenlang niet meer op deze planeet. Deze gamerd voelt zich even helemaal goddelijk.
Mam begint dan maar aan de tomatensoep mee-zonder-balletjes. Arnootje op het aanrecht met aan de ene kant de snijplank en aan de andere een pan. Mam snijdt de ajuin in kleine stukjes en krijgt meteen prikkende waterogen. Daarom mag hij de kraan even opdraaien. Zijn beentjes krullen zich op, z'n schoudertjes gaan omhoog en de ondeugd druipt eraf. Water is toch zo magisch! De worteltjes, de vuurrode-om-in-te-bijten-tomaten, het stukje prei en de selder worden allemaal door het kleine ventje gretig geproefd. Emil mag mam helpen met het vuur aan te draaien. Dan voelt hij zich een heel-klein-beetje-groter-dan-2. Een litertje water en een paar schepjes bouillon later ruikt de kamer heerlijk naar pruttelende groentjes.
Het universum lijkt soms ook op een grote pan soep op het toevallig nog brandende fornuis van een vergeten berghut. Er gebeurt van alles in de pan; een worteltje drijft naar links een stukje tomaat borrelt naar rechts. Allemaal zonder enige bedoeling. Zo is het ook met het leven. Eèn pan soep, een poekelpiste.
Niets duidt erop dat het leven ontstaan is met een reden. Maar het leven zelf kan wel een doel hebben. Al weet mam nog niet helemaal welk...
Eerst stonden kinderwagen en pop maanden opgeborgen in het schuurtje en keek niemand er naar om. Maar sinds deze week willen ze allemaal tegelijk met pop spelen. Daar kwamen -hoe-kan-het-ook-anders- problemen van. Dat hebben we dus vandaag opgelost.
Onderweg van boodschappen doen stopten we bij de speelgoedwinkel, waar we 'Corolle' kochten.
Moeder Mare en Corolle zijn al de hele dag onafscheidelijk.
De dag begon met een badje, waarbij ze heel goed oplette dat het water niet te warm was. Daarna ging baby aan de borst en kon vader Owen vragen wat hij wou - mam had nu even geen tijd. Toen was het tijd voor een wandeling in de draagzak, maar dan moest wel het petje op met de klep naar voor en niet naar achter zoals vader wou.
Weer thuisgekomen - na een rondje in de tuin - kon baby plots zitten en stappen. Hij mocht even spelen in de zandbak, terwijl moeder even ging strijken. Vader Owen moest even op baby letten.
Mam staat met stomheid geslagen te kijken naar het cliché-spiegelbeeld dat haar wordt voorgehouden. Het tovert een glimlach op haar gezicht.
We zijn gewoon bijzonder gewoon!
Na koekietijd worden de stoelen in een rijtje achter elkaar geschoven. Weg rust!
Arno en Emil nemen plaats in de trein. Ze mogen zich wel haasten, want treinconducteur Mare blaast al op de stoomfluit. Mam wordt geacht vliegensvlug treinticketjes te knippen en te verkopen aan de gehaaste reizigers. Dus tovert mam uit haar hoge hoed een blad papier - gauw uit de afval-papierbak gegrist, knipt in razend tempo vier coupons - met daarop afbeeldingen van hopla en verkoopt zo voor twee centjes. De conducteur kijkt tevreden. De heren hebben plaatsgenomen met de machinist op kop. Mam zwaait heftig en wenst haar aardmannetjes veel plezier. Die kijken mam aan alsof ze een slag van de molen heeft.
Als Arno op wil staan en de trein verlaten, wordt dit uiteraard niet goed gekeurd door de conducteur. Meneer moet zitten blijven en even wachten tot het kaartje wordt geknipt. De perforator is het gaatjes-knip-machine van dienst. Elk om beurt knippen ze hun eigen kaartje. Blijven niet meer in de trein, want gaatjes knippen is veel leuker. De conducteur doet nog verwoede pogingen om de heren nog verder te laten genieten van hun treinreis, maar deze hebben daar geen oor meer voor. Dus rijdt de ijzeren stoommachine alleen verder. En hoort mam in de verte nog de stoomfluit... Tot ziens trein, het was een leuke rit!